vrijdag 30 maart 2007
Alweer een vreemde uitspraak.
Emeritus-hoogleraar Nieuwe Geschiedenis (VU), A. Th. van Deursen, schrijft in Opinio 29 maart 2007 over het beeld van Michiel de Ruyter, en over de opvatting van Annie Romein over Michiel in Erflaters. Annie ziet niets in Michiel, zegt hij.
“Haar categorische oordeel is echter niet helemaal vrij te pleiten van polemische vooringenomenheid. In feite stelt Annie Romein het ene geloof tegenover het andere: zeventiende-eeuws calvinisme [als dat van De Ruyter, dus] en achttiende-eeuwse Verlichting. Zij kiest dan onvoorwaardelijk voor de Verlichting. Die heeft alle dingen nieuw gemaakt, en ze is maatstaf geworden om de kwaliteit van andere soorten van geloof te meten.”
Nu even niet over de veronderstelling van de schrijver dat de Verlichting een geloof is als alle andere. Die veronderstelling is een typische hebbelijkheid van sommige gelovigen.
Het kan zijn dat Annie van alles over de Verlichting beweert.
Maar ik beweer dat Annie helemaal niet verlicht is - ze was immers marxiste.
Marxisme is de oerstomme en quasi-wetenschappelijke denkwijze die denkt dat sommige idealen van de Verlichting op mechanische wijze onvermijdelijk gerealiseerd zullen worden in de loop van de geschiedenis; dat alleen marxisten weten hoe dit proces in zijn werk gaat; en dat de partij der marxisten, als een soort collectieve reïncarnatie van Pangloss, dit alles kan duiden.
Iemand die zoiets geloofd heeft of gelooft, kan alleen maar Annie Romein of Elsbeth Etty heten. Zulke mensen hebben niets te maken met de Verlichting. Die zijn inderdaad zelf gelovigen.
Annie gelijkschakelen met Locke, Mandeville, Camper, Condorcet of wie ook: dat is het, als vanzelfsprekend, aannemen dat Gomarus of Petrus Hofstede echt spreken in de geest van Jezus; omdat zij diens naam in de mond nemen.
Anders gezegd: wat historisch verwant lijkt, is daarmee nog niet hetzelfde.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten