donderdag 28 februari 2008

Trouw en de saletjonkers

zondag 6 mei 2007

Vreemde opinies. Hans Goslinga in Trouw 5/5/07:

‘Zoals Fortuyn later de pose aannam van de extravagante dandy plaatste Bolkestein zich in de traditie van de patriotten, de opkomende burgerij die aan het eind van de achttiende eeuw met steun van de Amsterdamse kooplieden de strijd aanbond tegen de gezapige cultuur van de saletjonkers. In beide gevallen kozen zij een positie die scherp afstak tegen de grijsheid van de politieke cultuur in Den Haag.’

Dit is op zich een beetje vreemd Nederlands. Hoe is die vergelijking geconstrueerd?

Ongeveer op deze manier: ‘Zoals Jan-Peter in zijn jeugd geknipt werd met behulp van een bloempot op het hoofd meende Plato dat een elite het voor het zeggen moet hebben en was daarom tegen kappers.’

Nu ja.

Bolkestein te vergelijken met de patriotten heeft trouwens wel iets. Toch, die alinea lezend, bekroop Herkauwer een onaangenaam gevoel. Er wrong iets.

Welk beeld van de geschiedenis heeft deze schrijver eigenlijk? Het is moeilijk dat vast te pinnen. Kennelijk heb je eind achttiende eeuw zoiets als saletjonkers (in Den Haag?), patriotten (vooral in Amsterdam? Gecombineerd met Bolkestein levert dat op: de partij van kooplieden, dus liberalen). Onvermijdelijk moet men concluderen dat elders zich nog vele Nederlanders van andere snit bevinden. In de Alblasserwaard, de Overbetuwe en zo. Die waren geen saletjonkers en geen patriotten.

Wie is die Goslinga? Internet meldt dat hij politiek commentator (misschien zelfs politiek redacteur; het is mij onduidelijk) is van Trouw. Hij is in 1948 geboren en stamt uit een AR-familie.

Ah. Dat maakt veel duidelijk.

Hij heeft dus een lagere school doorlopen met zo’n naam als Pniël, Rehoboth of Effata, of hoe die nog anders heten. Zo’n school waar men leert over de fantastische Nederlandse uitvinding van het haringkaken, het veroveren van Spaanse matten, en de overwintering op Nova Zembla; en verder over theedrinkende, L’Ecole des filles-lezende, goddeloze saletjonkers in de achttiende eeuw, terwijl de ware Nederlandse (gereformeerde) volksaard toen heldhaftig verweer bood op Schouwen-Duiveland en in de kop van Overijssel.

Een modern trekje uit het toen door Goslinga gebruikte schoolboek is natuurlijk die opkomende burgerij. Dat idee heeft de auteur van Goslinga’s schoolboek vermoedelijk overgenomen uit die twee bandjes over de geschiedenis van Engeland en Duitsland die hij op een apart tomado-rekje had staan. Jammer dat de inwoners van Haarlem, Alkmaar en Leiden dat in 1572 nog niet wisten; ze hadden zich beter meteen kunnen overgeven. Ze waren nog niet opgekomen, en konden dus moeilijk ergens vóór opkomen. Het stadhuis van Amsterdam: u denkt alleen maar dat dat rond 1650 gebouwd is, en dat daarbinnen het Amsterdamse stadsbestuur de financiën van de wereld regelde. Feitelijk stond er slechts een nepgevel van bordkarton.

Ach, foutje.

Gos nee - die Goslinga is helemaal op de hoogte. Daar kan men op vertrouwen als hij de grote lijnen schetst van de geschiedenis van Nederland, en de komende ontwikkelingen duidt op basis daarvan.

Morgen zal hij mogelijk betogen dat de protestantse orthodoxie altijd voor de emancipatie van de vrouw is geweest. Mocht Anna Maria Schurman immers niet, door een luikje, luisteren naar de theologische colleges van Voetius? En is het daarnaast niet zo dat het geloof principieel de hoogst denkbare emancipatie is?

Geen opmerkingen: