vrijdag 4 mei 2007
Adoptieloges - dus loges met mannen én vrouwen - zijn er tijdens de achttiende eeuw niet zoveel in Nederland. Over één daarvan, de adoptieloge ‘Le Juste’, schrijft Malcolm Davies een degelijk artikel in het gisteren verschenen nummer van Thoth. (1)
Davies is altijd betrouwbaar. U hoeft bij hem geen hersenspinsels als de Da Vinci Code te verwachten - hoewel het natuurlijk, in plaats van moeizaam wetenschappelijk werk te verrichten, veel leuker is te fantaseren over over maçons die hun erfgoed ontlenen aan de middeleeuwse Tempeliers, die zelf weer in de krochten van de tempel van Salomon allerlei geheimen ontdekt hebben, op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat Lilith en Eva tweelingzusjes waren, deelnamen aan orgiën in Gomorra, eerst de toren van Babel en later uiteraard de Twin Towers opbliezen, en, omdat zij elke generatie reïncarneren, nu de samenleving verstoren onder hun huidige namen Paris Hilton en Britney Spears. De bewijzen zijn, zoals u weet, te vinden in de sacristie van de Zusters Oblaten van de Zeven Speren in Weert-West, en in de maag van de Mosasaurus die de Franse militairen rond 1800 vanuit Maastricht naar Paris gebracht hebben, samen met een massa van onze beste schilderijen, die de Fransen nooit teruggegeven hebben - want zo zijn onze beschaafde Fransen, van Clovis tot Chirac.
Die adoptieloge dus. In 1747 wordt de komende stadhouder Willem IV gesteund door graaf Willem Bentinck (1704-1777). Bentinck droomt van een verlichte, democratische monarchie. Hij is de enige niet. We weten hoe dankzij een suffe Oranje democratischer en radicaler elementen geen kansen kregen. Bentinck probeert in 1748 vergeefs daar iets aan te doen, in het kabinet van de prins.
Een spoor van Bentincks bemoeienissen is te vinden in het feit dat zijn vriend Joost (Juste) Gerrit baron van Wassenaer (1716-1753) de nieuwe Grootmeester van de vrijmetselarij wordt.
Bentinck wordt ook lid van diens eigen, Haagse loge. Die Loge van Joost wordt opgericht januari 1751. Vanaf november is het een adoptieloge. Er voegen zich dames bij, meest Franse, als actrices werkzaam bij het theater in de Casuaristraat. Malcolm geeft diverse getuigenissen waaruit blijkt dat die meisjes bepaald wel een reputatie hadden. Zo blijkt Joost al in 1750 een actrice Emilie achternagezeten te hebben. Haar naam komt later voor op de ledenlijst van de loge.
De beelden en allegorieën die bij de receptie van de vrouwen horen zijn ‘licht, vrolijk en onschuldig’. Davies:
‘De kandidate [moest], vóór haar inwijding, in een aparte kamer één van haar gewone kousenbanden vervangen door een blauw lint, een mouwsluiting losmaken en haar handschoenen uitdoen. Daarna werd ze geblinddoekt. Vervolgens moest ze tijdens haar belofte de volgende woorden nazeggen (de stippels staan in het origineel): ‘Je promets de plus & m’engage de coucher cette nuit avec ... (Ici le Vénérable s’arrête un instant) la jarretière de l’Ordre’ [Bovendien beloof ik en verplicht ik mij deze nacht door te brengen met... de kousenband van de Orde]. Op deze kousenband van wit geitenleer stonden de woorden ‘Deugdzaamheid en Zwijgzaamheid’ te lezen.’
Die onderdelen van deze ceremonie behoeven eigenlijk veel meer uitleg, maar dat duurt hier te lang.
Davies doet nog veel meer. De meisjes hadden ook een eigen liedboek, blijkt: Chansons de l’ordre de l’adoption ou la Maçonnerie des femmes. Dédiées aux Soeurs de la fraternité Répandue sur la surface de la Terre. Davies analyseert de teksten en zangwijzen.
En zo vinden we een milieu in 1751, waar de een soort Verlichting bestaat, heel joyeus, heel democratisch en heel geheim.
(1) Malcolm Davies, ‘De Grootloge van Adoptie, ‘La Loge de Juste’, Den Haag, 1751’. In: Thoth 58 (2007) nr. 1, p. 17-49.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten