woensdag 27 februari 2008

Duffeltkunde

maandag 19 februari 2007

De meest gestelde vraag, de laatste zes of zeven jaar, was en is: ‘En, bevalt het in Leuth?’ Daarbij de blik: ‘Jij bent toch zo Amsterdams, dus wat doe je daar in ’s hemelsnaam?’ Het is waar: als ik door de hand Gods morgen teruggezet word ergens in Amsterdam, voel ik mij buitengewoon op mijn gemak en ga door daar te leven of er niets gebeurd is. Amsterdam is nu eenmaal MIJN dorp.

Toen we wegens een wisseling van job haastig een woning zochten in Nijmegen en er daar niet zo gauw iets geschikts te vinden was, hadden we nog een adres te bekijken in Leuth. We daalden af van de Nijmeegse heuvelen en reden door een vlak landschap. Ik bekeek al dat lege groene land met wantrouwen en weerzin; want ik ben geboren vlak boven Amsterdam, in Waterland, en ik had als kind absoluut niets met al die prut. Maar het huis was goed, de tuin groot, en zo nog wat. En toen woonden wij ineens in Leuth (gemeente Ubbergen), en honderd meter van de Duitse grens. In een streek die de Duffelt bleek te heten.

De Duffelt. Niet de Ooijpolder. Vooral Nijmegenaars begrijpen dat niet, want zij noemen alles wat oostelijk van Nijmegen ligt, de Ooijpolder; ongeveer zoals veel Amsterdammers alles zuidoostelijk van het Amstelstation de Bijlmer noemen terwijl de eigenlijke Bijlmer slechts een betrekkelijk klein deel van Amsterdam-Zuidoost is (geen kwaad woord over de Bijlmer: ik heb er zeventien jaar gewoond).

De Duffelt ligt oostelijk van de Ooijpolder en heeft ook een Duits deel. Het is de streek tussen de Waal en de heuvelrug die van Nijmegen naar Kleef loopt. Het heeft alles, een enorm brede natuurlijke rivier met strandjes; natuurgebieden; bossen (vooral richting heuvels). Er lopen rare kromme wegen, met daarnaast in greppels die nergens toe lijken te dienen hoog opschietend geboomte. Je voelt je hier een beetje in het buitenland. Het is land, geen prut. Met een schep Duffelt-klei kun je trouwens iemand de hersens inslaan. Er worden inderdaad bakstenen van gemaakt.

De Duffelt-mensen: dat ligt wat moeilijker. We hebben geweldige buren. Maar de rest is niet echt eh... spraakzaam. Dat verbaasde nogal. Randstedelijken verwachten eigenlijk vanzelfsprekend beneden de Waal een soort bourgondische cultuur aan te treffen waar iedereen jolijterig bezig is de hoeveelheid kratjes te controleren, aan carnaval en klootschieten (of hoe al die dingen heten) te doen, en bij het avondgloren communaal de gebeurtenissen van de dag te bespreken. Nu, dat carnaval en zo klopt wel, maar de rest absoluut niet. Men heeft eerder een - tja, Drents? gedragspatroon. Men zwijgt vooral. Maak geen grappen: u wordt bevreemd aangestaard, uw gesprekspartner draait zich na enkele seconden om en loopt weg. Nadat ik vier keer in de bus Nijmegen-Leuth bij het uitstijgen chauffeur en verdere troepen goedenavond gewenst had en nooit enig antwoord of knikje weerom kreeg, ben ik daar maar mee gestopt. Men vindt dat blijkbaar vreemdig, en iets van anderlanders (allochtonen). Er is hier geloof ik trouwens slechts één anderlander. Ik zou best weer es een gezellig-dikke Surinaamse schommel voorbij zien komen.

In de Duffelt liggen vele fort-achtige boerderijen, heel vaak op een soort kunstmatige heuvel. Die noemden we in het begin dus een terp. Dat woord/begrip is echter noordelijk. Hier is de benaming: pol. Er is een paar huizen verder een woning op zo’n pol, die ‘Konijnenpol’ heet (helaas. Je kunt het ook te gek maken).

Ik begreep wel ineens waarom hij heet zoals hij heet: Joan Derk van der Capellen tot den Pol (1741-1784), de beroemde leider en ideoloog van de patriotten, wiens imposante grafmonument na de contrarevolutie van 1787 door de orangisten leuk opgeblazen werd (het calvinistische gen van de Beeldenstorm is immer blijven bestaan, dus weest waakzaam, gij wachters op de muren van het seculiere Sion). Adellijken, zoals Johan Derk, heten naar hun huizing of bezit, en Johan Derk woonde hier redelijk vlakbij, in de over-Betuwe, op iets wat ook ‘De Pol’ heette. Een verheffing in het landschap.

Zo. Nu begrijpt u niet alleen de naam van Joan Derk; maar ook waarom een graspol graspol heet.

En vele blondjes Polly.

Geen opmerkingen: