dinsdag 27 februari 2007
Er ligt een militair in garnizoen, in Sluis (Zeeuws-Vlaanderen), in 1702. Misschien voelt hij zich niet zo lekker, want de derde- en vierdedaagse koortsen (Sluisse koortsen, oftewel malaria) in dat gebied zijn wereldberoemd. En voor de rest verveelt hij zich kapot, want je kunt linksom, rechtsom, en vooruit marcheren en dan heb je het soldatenvak wel onder de knie. In Sluis zelf kun je hoogstens de dienstmaagden adviseren over de volgorde van het schoonmaken van de ruitjes, en daarbij toespelingen maken op de verwantschap van mosselen en alikruiken.
Stel dat hij een verlofpas voor een week voor een week weet te krijgen, dan kan hij in ijltempo een kar naar Breskens nemen; als de wiedeweerga met de beurtschipper naar Vlissingen zeilen; een blik werpen op de toren door Michiel de Ruyter beklommen; in marstempo doorlopen naar Middelburg (wachten op de schuit duurt te lang); de kerk binnengaan waar dominee Carolus Tuinman één van zijn fabuleuze preken tegen spinozistische vrijgeesten houdt; en bij de zegen de benen terugnemen. Anders is hij binnen die week niet op tijd terug in de kazerne. Zijn culturele honger is dan mogelijk voor een jaar gestild.
Dat is dus niks. De militair ligt op zijn brits en denkt na. Hij werkt verder aan zijn geliefkoosde project: fake-talen. Wanneer hij in Sluis een Schots legerkapelaan ontmoet meet hij zich ook een fake-identiteit aan: hij zegt een Formosaan te zijn (misschien daartoe geïnspireerd door een Nederlandse poging tot verovering van dat eiland). De Brit neemt hem in 1703 mee naar Londen waar de militair triomfen viert (een spreekbeurt voor de Royal Society!) als exotische Aziaat die rauw vlees eet en vertelt over de culturele gewoontes van de Formosanen: de vrouwen roken zes ons tabak per dag, worden bij overspel door hun mannen opgegeten, en meer van dit fraais. Zelf is hij een koningszoon, ontvoerd door de jezuïeten.
Dat alles wordt neergelegd in een geleerd werk, in 1704. In de Republiek verschijnen Franstalige versies in 1705 en 1708. Op basis van de eerste daarvan komt in 1705 een Nederlandse bewerking uit: Beschryvinge van het eyland Formosa in Asia [...] uit de gedenkschriften van den Heer Georgius Psalmanaazaar Aldaar geboortig t’zamengestelt. Mitsgaders een breet, en net verhaal zijner reisen door verscheide landen van Europa [...] Door d’hr. N.F.D.B.R. Het verschijnt te Rotterdam bij Pieter van der Veer.
De militair is George Psalmanazar (ca. 1693-1763). Hij schijnt oorspronkelijk uit de Provence te komen. Na zijn dood verschijnen zijn Memoirs.
Iets voor een Zeeuw om uit te zoeken: hoe kwam die man in Sluis terecht? Wat deed hij daar precies? Bleef Sluis wenend achter, wegens onbetaalde rekeningen? Hier treffen we immers weer eens één van die talloze achttiende-eeuwse oplichters die het leven een kleurtje geven. Had hij relaties die voor de Nederlandse drukken zorgden van zijn fake-boek?
Er is een doctoraalscriptie over Psalmanazar, gemaakt bij de Erasmus in 1987, door M.A.V. Klein-Meijer. Het is aanwezig in de bibliotheek van de Erasmus - maar daar kan de Herkauwer niet zo gauw bij.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten