vrijdag 27 april 2007
Vandaag promoveert Sytze van der Veen op een van de meest curieuze figuren uit de achttiende-eeuwse geschiedenis, met zijn
Een Spaanse Groninger in Marokko. De levens van Johan Willem Ripperda (1682-1737). Amsterdam, Bert Bakker, 2007.
De specialist zal zijn naam wel eens tegengekomen zijn, al was het alleen maar omdat de tijdgenoten ademloos zijn carrière volgden, en sporen van die belangstelling terug te vinden zijn bij Weyerman en vele anderen.
Ripperda mislukte in de Nederlandse politiek, maar werd, wonderbaar! regeringsleider van Spanje. Hij speelde een rol op het Europese politieke toneel. Na zijn val werd hij gevangengezet en onstnapte met hulp van het dienstmeisje Josepha, kreeg aanzien in Marokko, enzovoorts enzovoorts. Zijn leven is een film.
De vraag van de tijdgenoot was daarnaast: wat was die verschrikkelijke Ripperda nu eigenlijk: katholiek? protestant? islamiet?
Sytze van der Veen volgt alle sporen. Hij heeft tenslotte zelfs het graf van Ripperda ontdekt, in een tuin in Tetuan.
In deze degelijke biografie ontmaskert hij (helaas?) ook de mythe dat Ripperda van plan is geweest een syncretistische godsdienst te stichten waarin christendom, jodendom, islam moesten samengaan (p. 485-488).
Kan er uit Groningen iets goeds komen? Oordeelt u zelf maar. Ripperda zal nooit een venster krijgen in enige canon; maar vanaf nu behoort hij niet meer tot het rijk van de voetnoten.
woensdag 27 februari 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten