woensdag 27 februari 2008

Augur Bodar

zondag 11 februari 2007

Ik heb een abonnement van een half jaar genomen op Opinio, want ik was nieuwsgierig naar wat dit nieuwe blad te melden had. Het eerste nummer oogde vrij gezond en intelligent. Het verdedigde democratie, verlichting en gezond verstand. Dit soort conservatisme kan beslist geen kwaad in ons land. Ook de inhoud van de volgende nummers was niet onaardig; en waarom zou een lezer het overal mee eens moeten zijn?

Evenwel werd ik deze zondagochtend ruw wakker geschud door een een antiek soort rooms klokgebeier: te weten, een zalvend cultureel opstel van de heer Antoine Bodar, u allen bekend van de buis. Het was de ingekorte inhoud van zijn inaugurele rede in Tilburg, waar hij blijkbaar benoemd is tot bijzonder hoogleraar “Christendom, cultuur en media”. Da’s in nogal veel, maar goed.

De volledige, geannoteerde tekst is ook in druk verschenen, meldt een streamer van de redactie. Men zal bedoelen: met notenapparaat. Hoewel - ik kan me voorstellen dat een rede van Bodar inderdaad annotatie, dus commentaar, behoeft; zelden zal men iemand met dergelijke grote passen twee millennia geschiedenis zien doorschrijden. Dat behoeft inderdaad een soutane.

Wat zegt Bodar nu allemaal? Het is moeilijk weer te geven. Zijn idee is: hoe houden we de boel in Europa bij elkaar? Men neme een voorbeeld aan de glorieuze Middeleeuwen, in welke periode het christendom de grote volkerengemeenschap lichtend voorging. Dat christendom gaf een gemeenschappelijke cultuur. Zie Huizinga, Erasmus, Dawson, Stefan Zweig. In de Renaissance wordt een nieuwe culturele eenheid tot stand gebracht door de teruggevonden Griekse en Romeinse cultuur te verenigen met het joods-christelijk erfgoed.
Op deze wijze volgen de wijsheden elkaar in stormtempo op. De conclusie is natuurlijk: “Een samenleving die haar godsdienst heeft verloren, wordt vroeger of later een samenleving die haar cultuur heeft verloren.” Daarom moet in de openbare meningsvorming “de zin voor het metafysische” een functie krijgen. Religieuze bezieling, dezelfde als die wij in het verleden kenden, moet terugkeren. “Liever de lichtende Middeleeuwen dan de verduisterende Verlichting.”

Bij de alles hoort natuurlijk de immer door de Bodars (nooit door vakmensen) voorgelegde opvatting dat “rationalisme” (= ??) nooit geloof kan vervangen.

Tja, over dit soort simplismen kun je hele bibliotheken schrijven. Die zijn ook allang geschreven. De Middeleeuwen zijn inderdaad lang niet zo duister zoals men dat rond 1600 dacht. Dankzij overigens de Verlichting, die wegens haar nadenken over een wetenschappelijker manier van geschiedbeoefening, erin slaagde ons een veel beter zicht te geven op die Middeleeuwen - zozeer zelfs dat al vóór de Romantiek de Middeleeuwen voor sommigen, inderdaad, wat begrijpelijk werden.

En zeker; we hoeven niet altijd te benadrukken dat het toch wel vervelend is als je van de ene pax Romana in de andere verzeild raakt. Wanneer je van de badhuizen verhuist naar de tijd van de flagellanten. Wanneer je het ene moment verrukt het Pervigilium Veneris kunt lezen, en daarna te horen krijgt dat elke vrouw niets anders is dan een zak vol darmen. Wanneer je zelfs de bijbel (over de rest praten we maar niet) niet mag lezen maar wel, als elke Bodar, je tekstje ter goedkeuring eerst moet voorleggen aan een ongewassen dan wel ongeïnteresseerde clericus. Wanneer het erg romantisch en erg ‘Tolkien’ is wanneer onze christenen er zich absoluut niet van laten weerhouden om van de Noordkaap af tot aan Sicilië elkaar voortdurend en met grote vlijt de hersens in te slaan, maar toch wel erg lastig. Wanneer... wanneer... wanneer...

Erasmus walgde al van al die kerkelijke geschriften “stylo gothico” opgesteld. Gothisch, romantisch werden de Middeleeuwen pas tijdens de Romantiek. Dat zijn die hier en daar zeker, mits bekeken met een loep als die van Bodar. Gothisch, romantisch is diens beeld van die rozige christelijke Europese eenheid; het is de rozigheid van Toorop, de rozigheid van een spiritualiteit die graag wil zien wat zij wenst te zien. Het heeft geloof ik niet zo vreselijk veel te maken met de werkelijkheid.

Misschien komt het omdat Bodars beeld van die tijd gevormd is in de tijd dat de eerste honderd aula’s, prisma’s uitkwamen, in de jaren zestig (Bodar is van 1944). Alle genoemde auteurs zitten daarin.... echte studie van de Middeleeuwen heeft Bodar zo te horen niet gemaakt.

Is dit een inaugurele rede? Is het een echt probleem, met een vraagstelling en wat al niet? Het is eerder een essay, een impressie, van een romantische ziel. Op zich mag dat best. Als Bodar geil wil worden van de geur van brandstapels, best. Maar ik vind dat Tilburg zich een beetje getild mag voelen. Want in dit geval wichelt augur Bodar zich niet zozeer een toekomst, als wel een verleden, uit de door hem keurig op voorhand geselecteerde organen uit het lichaam van een voorbije beschaving.

En Opinio is de duivel aan het uitdrijven met Beëlzebub.

Geen opmerkingen: