donderdag 19 april 2007
Wanneer vader op zakenreis moet, naar Rotterdam, mist Mietje hem. Zij is dan ongeveer negen jaar oud. Zij mag vader van haar moeder een brief schrijven. Het is haar eerste poging zich schriftelijk uit te drukken. Moeder zal straks (zie het tweede stukje, morgen) flink kritiek op haar hebben: want zij vindt de brief maar chaotisch en een beetje onbeschaafd. U daarentegen hebt misschien een heel andere mening.
Deze eerste brief van Mietje is te vinden in het gedrukte deel van het Geschrift eener bejaarde vrouw (dl. I, 1802), door Wolff en Deken. We worden verondersteld te weten dat het ongeveer 1750 is.
Dit segment zal niet opgenomen worden in de uitgave van het Geschrift, later dit jaar.
I K S C H R IJ F M IJ N E E R S T E N B R I E F.
Mijn vader moest om zijne affaire naar Rotterdam, en zoude daar eenigen tijd moeten blijven. Zelden had ik mijn moeder zo aangedaan gezien. Haare vogtige oogen volgden, zo lang mogelijk, het rijtuig. “Dat was, zal misschien iemand zeggen, toch wat heel ridicul in zo eene verstandige vrouw.” ’t Is niet anders! zij was aangedaan. Ter haarer verschooning moet ik zeggen, dat de aarde geene gelukkiger vrouw droeg, dan mijne moeder; dat mijn vader nog nooit een geheelen dag van huis geweest was. Kan dit de zaaken niet vergoeden, laat men dan denken: het hart heeft zijne zwakke zijde. Ik was (als moeder) ook bedroefd; ik beminde mijn goedaartigen vader boven alles wat ik zeggen kan. Toen moeder mij, om mij te troosten, beloofde, mij in haar bed te neemen, bedaarde ik nog al spoedig, en was weer het zelfde speelziek vrolijk kommerloos meisje; evenwel, ik dagt veel, en sprak onophoudelijk over vader. ’t Was: “Nu moest vader hier zijn! nu moest vader dat hooren, dat zien, dat ook eeten; dat moet ik vader vertellen!” Mijne moeder kuschte mij dan, maar zweeg. Des volgenden daags zei ik: “Maatje, ik zou zo graag eens met vader praaten, voor hij naar het kantoor gaat.”
MOEDER. Ja, dat kan nu niet: maar ’er is wel wat op! schrijf eens een brief aan vader, dan kunt gij met hem praaten: het zal hem zeer bevallen.
IK. Maar moeder, wat zal ik aan vader schrijven?
MOEDER. Mijn kind, dit is uwe zaak.
IK. Dat is ook al weer waar.
MOEDER. Wel, als gij eens aan uw vader dat geen schreef, ’t welk gij hem, zo hij hier was, zoudet vertellen!
IK. Heden, moeder, dat is mooi van u bedagt; ja, dat zal ik doen; kom aan…
MOEDER. Ik zoude u raaden nog een paar daagjes te wagten; denk ’er intusschen eens over, wat gij zo al zult schrijven.
Ik deed zo, en toen ik zeide gereed te zijn, plaatste mijne moeder mij voor een klein lessenaartje; gaf mij een pen, lag het papier zo als het behoorde; na wat overdenkens, schreef ik den volgenden Brief, die doet zien, dat ik nog geheel een kind was; een ongemeen kind zou dien beter geschreeven hebben; maar ik was een alledaagsch kind!
Mijn allerliefste lieve vader, wel het is net, als of gij al een jaar weg waart; toen ik agt jaar wierd, en dat is nu evel al een jaar, en nog twee maanden; toen mijne speelmakkertjes hier nog waren, en vader nog eens om het hoekje kwam kijken, naar onze grapjes, weet gij vader, toen onze FIJ nog oblietjes (1) bakte, en wij die mooije prenten zagen, en wij ’er nog een heet en warm oprolden, en vader in den mond staken,(2) en nu is het hier zo stil, zo stil, dat, als de lieve juffrouw WARIN hier niet at, ’er weinig zou gepraat worden. Want vader, ik blijf nu ’s avonds op, en dan neemt moeder mij bij haar, zo dat ik heel treurig ben, en ik geloof, dat maatje veel denkt aan den Weldoener, die ons alles gaf, vader; nu dat doe ik ook, zo veel als ik maar kan, en aan u ook, mijn allerliefste vader, en FIJ zeit, nu onze menheer uit is, is het niet zo leevend hier; maar als ik nu evenwel ’s ogtends aan het kantoor klop, en ik geen antwoord krijg, dan is het nog wel anders naar, dat beloof ik je; als ik bij moeder ben, ben ik weer vrolijk. Maar vader, als gij nu thuis komt, wat zult gij dan vreemd opkijken, vader; onze witte kip heeft kleine kuikjes, wel twaalf, รด zij zijn zo lief, vader! zij eeten en drinken uit kleine bakjes, die zo wel wat gelijken naar het broederpannetje, (3) dat grootmoeder mij gaf, weetje vader, met zulke holletjes, en als ik die wil bekijken, dan loopen zij onder de vlerken van haar moeder, en daar slaapen zij ook, vader. Maar vader, als nu evenwel Buurvrouws groote kat over de schutting komt kijken, zo wat digt bij het hokje, wel dan moest gij de witte hen eens zien. Die zet je daar al de veeren overeinde, en kijft, en kok kokt, en is zo boos als een leeuw, dan klimt Buurvrouws kat, repje, scheerje, in den grooten lindenboom, maar durft ’er niet uit koomen, zo bang is de groote kat van Buurvrouw voor de hen, en zij kijkt al heen en weer, en de hen staat op de wagt. Maar mijn heer BERK zegt, dat ik het nog al schappelijk maak met mijn hoogduitsch, en juffrouw WARIN is ook nog al te vreden over mij, vader, en gisteren heb ik met maatje bij grootvader geweest, maar met vader ga ik evenwel veel verder, zo als vader weet, en daar houdt MIETJE wel van; en HEINBAAS heeft ons lekkere bessen gebragt, en de zalm, die vader gezonden heeft, is ook heel lekker. Maatje liet mij eens proeven, om dat vader hem stuurde, en ik ben zo blij, dat ik nu Rotterdam en de Maas ook kan vinden, als ik op de kaart heen en weer wandel, en weet gij wel, vader, dat wij digt bij uw Logement geweest zijn; ja, ja, op de Erasmus markt. (4) Nu, ’t is maar om eens te lachen, mijnheer BERK wees mij op de kaart het Zwijnshoofd, (5) en ik heb u niet gezien, en nu, lieve vader, heb ik zo een grooten brief geschreeven, zo dat ik geen ziertje meer weet, als dat wij magtig naar u verlangen, en dat ik u honderdmaal kusch bij mij zelf, en dat maatje, en juffrouw WARIN, en de heer BERK, en grootvader en grootmoeder ook heel frisch en gezond zijn; nu, goede nagt, lieve vader, van uw kleintje, MIETJE.
(wordt vervolgd)
(1) (Dunne) wafeltjes
(2) Niet een prent maar een oblie. Moeder corrigeert later deze passage (p. 178-179)
(3) Broedtoestel (voor kuikens)
(4) De Grote Markt
(5) Een bekend Rotterdams logement. Vader verbleef daar blijkbaar
woensdag 27 februari 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten