woensdag 27 februari 2008

De ketters van Tuinman (1729) 2

woensdag 4 april 2007

Door bemiddeling van Gerrie Wisse kunt u kennis nemen van een aantal gedichtjes van de Middelburgse gereformeerde dominee Carolus Tuinman, vooral over ketters. Vandaag is Pontiaan van Hattum (1641?-1706) het slachtoffer. (1) Pontiaan werd indertijd beschuldigd van pantheïsme. Hij had in het hele land volgelingen.


IX.
PONTIAAN VAN HATTEM.
Van Hattem heeft geen prent, die zyn gelaat vertoont,
En zyn fatzoen is weg. Wien mogt hy best gelyken?
Den Duivel. Doch hy gaf noch grooter boosheid blyken,
Die ’t geen de Duivel vreest, ontkent heeft, en gehoont.

X.
Op zyne SCHRIFTEN.
Van Hattems wormig ras stonk nimmermeer zo vuil,
Als zyne schriften, nu zo zonneklaar ontmaskert.
Hy blykt een ongodist, die God op ’t schriklykst lastert.
Hem volgt zyn helgebroed naar ’s afgronds zwavelkuil.

XI.
Op zyn afgrysselyk GRUWELBOEK,
Genaamt de val van ’s werelds Afgod.
Geen Heiden, Jode, of Turk, spreekt in dit gruwelschrift,
Ik zwyg, geen Christen, maar een monster. Stop uw’ ooren.
Zelf in den afgrond laat zich zulk een taal niet hooren.
Schrik dan ô wereld, voor dit doodlyk zielvergift.

XII.
Op zyne GRUWELLEERE.
Het hoogste toppunt, dat de boosheid ooit beklom,
Of kan beklaut’ren, heeft de Vrygeest nu besteigert,
Die God en zonde ontkent, en allen teugel weigert.
’t Geweten leert dat zelf aan ’t blindste Heidendom.

XIII.
Op zyne BOEVENTAAL.
De Duivel veinst zich als een Engel van het licht,
Door loos banketzel, in den afgrond uitgevonden.
Dus dekt van Hattem meê zyn helsche gruwelgronden
Met Bibeltaal; dat tot bedriegen is gericht.

XIV.
Op zyn OOGMERK.
Wat dryft den Vrygeest, om ’t verschil van goed en quaad,
Ook loon en straf, en dat iets overblyft na dezen,
Te ontkennen? ’t Is om God te dienen, noch te vreezen.
Dit brengt (is dat niet fraai?) den mensch tot beestenstaat.

XV.
Op de VRUCHT.
Zeg, dulle Hattemist, wat zou de wereld zyn,
Was elk een Vrygeest? ’t Was dan veiliger te wezen
By wolven; en gy zelf had yder dan te vreezen.
De wereld was een hel: de mensch slechts mensch in schyn.

(1) Zij komen voor (afdeling: Byvoegzel) in Rymlust: behelzende I. Het ongerijmde Pausdom, met eene rommelzode van Paapenheiligdom. II. Uitspannings uitspanning. En III. Rymproeve. Alles tot betoog van de rymrykheid der Nederduitsche taal. Noch een byvoegzel van gedichten. Door Carolus Tuinman. Middelburg, Michiel Schryver, 1729. ZB 1057 E 27.

Geen opmerkingen: