woensdag 27 februari 2008

Het pietsisme: 1779 en nu

maandag 16 april 2007


Begint u ook zo genoeg te krijgen van het pietsisme? Van die ‘beschaafde’ mening dat elk standpunt altijd wel een pietsje waarheid bevat? Dat iedereen altijd wel een beetje gelijk heeft op zijn manier?

Je mag tegenwoordig nooit meer zeggen dat dit-of-dat gewoon dom is; dat die-of-die gewoon uit zijn nek kletst, en beter deed, es uit te zoeken hoe het echt zit.

‘Ach - iedereen denkt op zijn manier’. ‘Ach - objectiviteit bestaat immers niet’ (grinnik).

Dit is een geheel andere mentale instelling dan die, waarmee Lessing in zijn Nathan der Weise (1779) op het toneel, in de parabel van de drie ringen, liet zien dat er stukjes wijsheid verborgen lagen in alle wereldgodsdiensten. Daarmee kreeg hij natuurlijk gelazer, want het christendom vond dat niet leuk en nam actie. Het was immers aan de macht; en dan is het zelden tolerant. Een soortgelijke reactie kreeg Jan Kinker toen hij zijn Priester van de Tijd, in zijn stuk Het Eeuwfeest bij de aanvang van de negentiende eeuw (1801) op het toneel liet beweren dat alle eeuwen, alle godsdiensten, alle wereldbeschouwingen wel iets leuks gehad hadden, maar meer dan dat niet. Na gemor van de Amsterdamse christenen liet minister van der Palm, ooit een radicale patriot, die tot zijn eeuwige schande later beweerde dat hij in zijn jeugd, nu ja, ‘een beetje gekeesd’ had, het stuk van het toneel halen. Progressiviteit is leuk, tot je regent bent.

Kinker kende zijn pappenheimers en christenen wel, maakte zich niet druk, en deelde mee dat zijn Priester van de Tijd best in die scène van de planken mocht, om in de foyer zijn pijp gaan roken. Kinker meende trouwens dat er wel degelijk een vollediger stukje waarheid zat aan te komen, in de geschiedenis van de mens; en dat je je daarvoor kapot moest werken. Maar hij was dan ook een verlichte jongen. Lessing, Kinker - dat waren geen relativisten. Die zochten steeds verder.

Maar die huidige Nederlandse houding dat je het vooral rustig moet houden; nergens echt over debatteren; geen verantwoordelijkheid hoeft te nemen voor wat je zegt - dat is iets heel anders.

Je komt het overal tegen. In het onderwijs: plak wat bij elkaar; zonder dat je enig besef hebt na te moeten gaan wat bij conflicterende opinies de beste is, en waarom. Universitaire studenten zeggen dan verontwaardigd: ja maar ik heb toch EEN bron gebruikt? (NB. Deze alinea heeft niets te maken met een keuze voor of tegen competentiegericht leren).

Een tijdje geleden was heel populair: de deconstructietheorie van Derrida. Volgens deze heer zou (vereenvoudigd hoor!) alles altijd alles kunnen betekenen. Het is niet eens onwaar - maar dat is absoluut niet wat zijn schrijvers en bronnen zelf dachten. Die bedoelden wel degelijk iets speciaals te beweren, en die bedoeling te achterhalen is het enige wat een onderzoeker moet doen.

Zo’n populaire filosofie moet wel opkomen in een tijdvak van zelfgenoegzaam intellectueel hedonisme. De tijd van grazen, door FEBO-intellectuelen.

Aan dit alles moest ik denken, toen gisteravond iemand mij het debat in Zwolle in herinnering riep, waar, een maand of wat geleden, gesproken werd over de fake-biografie van de Zwolse heer Fix, door Atte Jongstra. Over Atte nu even niet - want hij moet zelf weten wat hij doet. Maar aan het einde van die avond stond een Belangrijke Bureaucraat op - hij bleek later de hoofdarchivaris te zijn van Overijssels Verleden of een organisatie met zo’n titel, die vele minuten lang op zijn metafysisch/Bourdieus/Foucaulds begon te oreren over het feit dat iedereen altijd zijn eigen visie heeft, en dat er geen waarheid bestaat. De BB dacht blijkbaar dat inventarisatiekunde het enig mogelijke is. Zou dat inderdaad zo zijn, dan is ook dat overbodig want een zinloos doel dienend. Hij moet dus onmiddellijk zijn Los Hoes met Overijsselse peniskokers verbranden, en afstand doen van zijn salaris.

Iedereen zijn eigen waarheid? Mogelijk. Maar sommige visies zijn nu eenmaal beter dan andere; want onderbouwder. Dat sommige lieden nu eenmaal aan het scheppingsverhaal in letterlijke zin (eigenlijk een heel rare bêta-attitude, waar de schrijvers van dat verhaal raar van zouden hebben opgekeken) willen blijven geloven, terwijl ze tegelijk geloven dat hun auto loopt, dat van alles het heelal ingeschoten wordt en dat medisch onderzoek hen van bepaalde ziekten kan genezen; vier dingen die toch te maken hebben met dezelfde soort natuurwetten - nu, dat betekent dat er iets scheefs zit in die hoofden. En dat we met een soort moedwillige onvolwassenheid te maken hebben.

Moet u es kijken wat er in de nieuwste, veelgeroemde en veelgeraadpleegde encyclopedie van het internet, Wikipedia, soms aan enormiteiten meegedeeld wordt. Het is veelal jatwerk van overijverige schoolmeesters uit Emmercompascuum-West, die op zolder nog een reeks AO-deeltjes hebben staan; of lekker alles overnemen uit verouderde biootjes op sites als die van het DBNL; en die menen dat wat er in 1950 over Rousseau of Rembrandt gezegd werd, het laatste stadium van wijsheid is. Ze hebben niet het minste idee hoe onderzoek te doen.

(Tussen haakjes, heeft u wel es dat standbeeld van Rembrandt gezien tegenover diens geboortehuis in Leiden? Het staat er zo’n tien jaar nu, denk ik. Iedere keer schrik je je een ongeluk. Het is een soort veelkleurige Zwarte Piet. Het zal wel komen omdat het begrip postmodernisme Leiden bereikt heeft).

De Groenen in Amsterdam hebben - echt waar - een verordening voorgesteld, waarin het verboden wordt gevangen vissen met droge handen aan te pakken. Kennelijk is het veel en veel moeilijker na te denken over de werkelijke problemen van Amsterdam. Dat kon immers wel es ruzie worden, als anderen het ideaal vinden dat je met een kameel over het metrospoor mag.

Wanneer het hoofd Philips een astroloog wil raadplegen; wanneer de rector magnificus om te genezen van zijn ochtendsomberte een verdund druppeltje water doet in zijn vruchtensapje; welk druppeltje afkomstig is uit een soepje waarin ooit geroerd is met een middenhandsbeentje van de H. Radboud; toen La Etty ooit beweerde dat objectiviteit er niet toe deed en dan het zoeken naar feiten en waarheid alleen bewijs was van een afzichtelijke ketterij, geheten positivisme:

dan zijn zulke mensen niet slechts dom.

Zij hebben geen idee dat hun soort mening maatschappelijk onverantwoord is. Het heeft uiteindelijk heel vervelende gevolgen. Daar gaat Herkauwer niet over uitweiden, want dit is geen spectator.

Waar Herkauwer dus niet zo goed tegen kan is dat hedendaagse principiële pietsisme.

Het is gewoon luiheid, denkt hij.

Misschien wordt het ook wel een beetje het veroorzaakt, althans in Nederland, door die weer bovengekomen gewoonte van te polderen, iedereen eindeloos te vriend te houden, en elke stommiteit bête te verwelkomen; het mocht anders es onaangenaam worden in het café. Het is de multicultigeest van Madurodam.

Geen opmerkingen: