woensdag 27 februari 2008

Inspector Remorse (1797)

maandag 5 maart 2007

Regie/camera: Londen, 1797. Inspector Remorse, aan zijn schrijftafel. Een lade met glas en fles Usquebaugh half opengeschoven. Hij zit half afgewend, en luistert afwezig naar een soort muziek: flarden psalmgezang van de Hollanders uit de nabijgelegen Austin Friarskerk. Ineens lawaai en gegil. Constable Lewis worstelt zich door de deur, krijgt die met moeite na enige tijd weer dicht, hoewel Ann Radcliffe en een menigte andere oude meisjes tegelijkertijd naar binnen proberen te komen.

Lewis: ‘Inspector! Een moord! Hier twee straten verder is een jonge vrouw gevonden op haar kamer. Ze is erg toegetakeld. Haar dressoir is opengebroken. Het moet een man geweest zijn met wie ze aan de laudanum of opium geweest is.... de geur hing nog zwaar in de kamer. O ja, hij moet iets kwijtgeraakt zijn tijdens de worsteling; dit lag naast haar lichaam. Het lijkt een soort medaillon maar ik begrijp niet wat het is’ (hij legt een metalen voorwerp op de schrijftafel. Remorse doet zijn lade dicht).

Remorse (kijkt): ‘Oh, zoiets. Leuk. Kijk Lewis, van dit soort dingen heb je twee soorten. Eén soort komt uit Zwitserland. Als je zo’n Zwitsers dingt schudt, ziet je Willem Tell in een alpenlandschap, bezig met het schillen van een appeltje, terwijl de sneeuw op hem neerdaalt. Dit ding daarentegen is Hollands. Het heet een verklikkertje, of wasmistdoosje. Dat moet je verwarmen, of erop ademen. Kijk, zo. Zie je? Duidelijk, Lewis. Een afbeelding... ja dat is de Nederlandse stadhouder, Willem V. Je weet wel; die is verjaagd, en wandelt tegenwoordig rond op Kew Gardens, tussen de oranjeboompjes; in gezelschap van een hoop blote hollandse boerentrienen; tenminste, als ik onze nationale spotprenttekenaar Gillray mag geloven.
Nou, ga de moordenaar maar arresteren. Hij zit in een goed hotel, het dichtste bij de plaats van de moord; hij is lam aan beide benen.’

Lewis: ???

Remorse: ‘Tou nou, Lewis. Je weet alles al. Je hebt een Nederlandse liefhebber van die stadhouder nodig; zo’n orangist die op dit moment in Londen verblijft. Hij moet tevens iemand zijn die vrouwen nodig heeft, ze slaat, verslaafd is, en altijd geld nodig heeft. Dat alles bij elkaar wijst slechts één persoon aan. Glashelder. Dus, wegwezen. Pak die man op in zijn hotel.’

Lewis: ‘Eh... lam, dat helpt. Toch, het is wel gemakkelijk als u even zijn naam geeft.’

Remorse (verstrooid). ‘Oh. William Bilderdyke. Maar houd er rekening mee dat hij ingeschreven staat als the Knight of the Swan, of als earl van iets onuitspreekbaars. Zo’n vent is het. Nu weg, Lewis, want ik ben bezig.’

Camera: Lewis worstelt zich de deur uit; gegil. Inspector Remorse schuift langzaam weer de lade uit. Van onder de schrijftafel komt een mutsje te voorschijn; daaronder neusje, cleavage van Ann.

Geen opmerkingen: