donderdag 28 februari 2008

Nationaal Historisch Museum

maandag 30 april 2007

Herkauwer heeft de discussie over het Nationale Museum helemaal niet gevolgd, maar meent zich te herinneren in de laatste zaterdagkranten gelezen te hebben, dat er drie steden in de slag zijn. Hij denkt: Den Haag, Arnhem, Amsterdam.

Nu zat hij afgelopen vrijdag in de Amsterdamse lijn 5, van de VU naar Amsterdam CS, vol niet-betalende rugzakkers die naar het Vèn Gof geweest waren. Hij kwam dus langs de achterkant van het Paleis op de Dam. Oudergewoonte keek hij even of er een marechaussée bij de achterdeur stond - want dan moet de tram wel es een tijdje stoppen voor koninklijk verkeer. Zo’n marechaussée betekent namelijk dat de Majesteit in dat pand is. Dat gebeurt maar twee keer per jaar. Bij de Dodenherdenking; en ook is er de een een of andere dag waarbij de nieuwe ambassadeurs van Barbarije en Binnen-Mongolië hun ongeloofsbrieven mogen overhandigen; zoiets.

De rest van het jaar staat dit prachtige gebouw, de grootste en beste expressie van de Nederlandse burgerlijkheid - positief op te vatten! - die we hebben, daar te niksen.

Het heeft geen zin herinneringen op te halen aan de tijden dat daar in de zeventiende en achttiende eeuw de burgers (en hoeren!) op de ‘kleine steentjes’ voor het stadhuis heen en weer drentelden, en af en toe gingen kijken wat er binnen gebeurde. Rond 1970, nog in Provo-tijden, circuleerde er terecht een prent ‘Het stadhuis staat op de Dam’.

Waarom dit gebouw niet echt nuttig gemaakt? Het beantwoordt precies aan het doel.

Arnhem: daar is Herkauwer niet zo voor. Of anders mag Arnhem ter compensatie het Rijksmuseum Twenthe hebben, dat gespecialiseerd is in de cultuur van de 18e eeuw; waar natuurlijk geen mens komt, omdat Enschede veel en veel te excentrisch ligt. (Sorry, Enschede: maar het hoort daar niet. Er heeft toen vast zo’n historicus geadviseerd die denkt dat de eerste Nederlandse grondwet van 1848 is, of dat de Verlichting iets is dat je moet demonstreren aan de hand van de stoomtreintjes van Eise Eisinga). Arnhem is voor het museum van de 18e eeuw veel beter bereikbaar.

Den Haag is misschien ook een beetje excentrisch. Dat vinden denkelijk ook wel de meeste KB-bezoekers. En onze nationaalkunde heeft daar al genoeg te bezichtigen: volksvertegenwoordiging, Madurodam.

Het Paleis op de Dam dus; pardon: het oude stadhuis, uitdrukking van de Nederlandse burgerij.

Misschien zegt iemand: het is niet groot genoeg. Nu, dan maken ze maar een paar onderdoorgangen naar:

1. De Nieuwe Kerk op de Dam. Dat heeft toch al een museumfunctie. En daar hoeft men zich dan niet langer druk te maken over ottomaanse subsidies, die niet komen als ze een tentoonstelling over Turkije maken inclusief de moord op de Armeniërs.

2. Een blok verder: het PC Hoofthuis, waar de alfa’s van de UvA zitten. Een bijzonder lelijk gebouw; de enige die het mooi vindt is prof. em. dr. Marijke Spies. Afbreken dus, en daarna iets leuks neerzetten voor al het nationale van na 1800: Rietveldstoetjes, Marlies Dekkers-setjes, dat soort dingen. Voor de alfa’s kunnen ze dat lelijke maar grote gebouw aan de Vijzelgracht kopen. Dan zitten die vlak bij het nieuwe Gemeente-archief op de Vijzelstraat. Laten de studenten Geschiedenis en Renaissance daar maar stage lopen, en bijvoorbeeld het oude Amsterdamse notarieel op de computer gooien. Dan heeft iedereen eindelijk iets aan dat voor heel Nederland ontzettend belangrijke maar onraadpleegbare archief. Er komt vast heel veel leuks tevoorschijn over de kousenshop van Vondel, de uitgeverij van Marc-Michel Rey, de handel met Krinke Kesmes en de malversaties van Bilderdijk.

Dan komen er vast ook goede ideëen over waarmee sommige zalen gevuld moeten worden in dat Nationale Museum; want je kunt er donder op zeggen dat ze daar weer een stokje van Oldenbarneveldt gaan neerleggen, en plaatjes ophangen van buitens langs de Vecht.

Geen opmerkingen: