donderdag 28 februari 2008

Weyerman lezen, dan sterven. Suriname 1766

dinsdag 1 mei 2007

Lachen om Weyerman. Een schot. Een dode. Wat is er gebeurd? (1)

Op donderdagmiddag 24 januari 1766 zitten drie Hollanders gekheid te maken op de plantage Jacobasdaal, aan de Warrapeskreek. De eerste is Petrus Johannes Kasteleijn (1745-1794). Hij zal later in Nederland naam maken als letterkundige en scheikundige.

Hij is een paar dagen eerder aangekomen per schip in Paramaribo. Hij heeft de meesterproef voor apotheker afgelegd in Amsterdam, maar kan daar geen emplooi vinden. Hij is daarom vertrokken naar Suriname waar hij hulp verwacht van Georg Wilhelm Wittchou.

Wittchou is de tweede man. Hij heeft Kasteleijn uitgenodigd mee te gaan naar Jacobasdaal.

De derde man is Jan Willem Arends, de buurman van Wittchou.

Die middag zit Wittchou op de veranda van de plantage een boek te lezen. Hij staat even op en loopt naar zijn kamer. Daar treft hij Arends en Kasteleijn aan, liggend op bed en lachend om een boek van Jacob Campo Weyerman. Wittchou gaat terug. Wat later hoort hij een schot.

Hij treft aan: Arends, stervend. Doktershulp baat niet. In Paramaribo wordt later door de politie een onderzoek ingesteld. Kasteleijn verklaart dat hij op die middag het lezen wat moe was geworden. Hij vond een geweer in de hoek van de kamer en exerceerde daarmee rond. Arends had gezegd dat hij daar niets van kon, en instrueerde hem. Op een gegeven moment gaf hij het bevel: ‘Vuur!’ Dat deed Petrus.

Er zat nog een kogel in.

Petrus werd vrijgesproken. Belangrijk was de verklaring van Wittchou dat hij een paar minuten eerder nog in die kamer was geweest, en de heren had aangetroffen, waarbij ‘de Heer Casteleijn uyt een boek van Campo Weyerman iets aardigs voorlas, daar se beyde over lagten, en alles seer vriendelijk is toe gegaan.’

Zijn er nog wijsheden te verbinden aan dit verhaal?

Misschien deze: de tijdschriften van Hermanus van der Burg werden gelezen in Batavia, en de Janus in Petersburg. Campo blijkbaar in Suriname. Dat is een waarschuwing voor diegenen die zo minachtend spreken over bereik en belang van π‘tijdschriftjes’.

En natuurlijk: wees voorzichtig met het lezen van Weyerman. Een ongeluk zit in een klein boekje.

(1) De bron voor dit verhaal: Oud Archief Suriname (in het Nationaal Archief Den Haag), Raad van Politie no. 812 (Processtukken criminele zaken).

PS. Wegens dit verhaal keek ik even naar de werken van Kasteleijn. Die heeft een intrigerende titel op zijn naam staan: De kunst om altijd vrolijk te zijn. In vier zangen. Amsterdam. Albrecht Borgers, 1780.

Ik kon hiervan slechts twee vindplaatsen ontdekken: de Stadsbibliotheek Haarlem, en de UB Groningen. Da’s een beetje buiten Herkauwers bereik. Wil iemand eens kijken wat daar allemaal aan vrolijks in staat, en dat doorgeven? Dank!

Geen opmerkingen: