woensdag 7 maart 2007
Onlangs bezocht Herkauwer de Leidse UB en bewonderde weer eens de wijze waarop die UB op de tweede verdieping, ter hoogte van de leeszaal Oude drukken, creatief met kunst bezig is. Immer staan daar op onregelmatige wijze her en der, onder de grijswitte vide, een vijftiental keihard-blauwe emmers opgesteld. Helemaal Mondriaan.
Maar misschien lekt deze UB al sinds jaar en dag. Ik weet het niet. Anderzijds: hun gemoderniseerde digitale catalogus zit ook schots en scheef in elkaar. Wellicht is het een geheim streven van Cambridge aan de Rijn een soort algemeen universitair imago te bevorderen door alles op zijn Molkerens te doen. Dit terzijde.
In genoemde leeszaal las ik toevallig een tekst die mij deed denken aan mijn jeugd, toen ik nog jong en overmoedig was, en toen er nog wel eens een scharensliep langs de deuren kwam. Die sleep niet alleen scharen, maar van alles.
Hieronder het vrij soepel lopende lied : ‘Joris met een Slypers wagen. Zingt op de Wijs: De jacht van de jonge Juffers’.
Als u begint te denken, en dat niet alleen vanwege die zangwijze, dat het slijperslied mogelijk een wat scabreus karakter heeft, dan heeft u daar wel reden toe. Want de tekst waarin dit lied gevonden wordt is een toneelstuk dat betrekking heeft op de seksuele escapades van de beroemde professor Petrus Burmannus (over wie later): De gewaande weuwenaar, met het bedroge kermis-kind. Blyspel. (Z.p., [1709]; eerste deel; p. 25).
Het kan daarnaast zo zijn dat een slijper een beetje de vermaardheid had van de molenaar in de middeleeuwse kluchten: als er geen wind was, maar de landlieden op hun akkers bezig bezig waren, ging hij vrolijk de boer op. Nu ja, de boerin eigenlijk.
Hebje wat te slypen
Zoo brengt het by me hier,
Dan kan ik weder nypen
Het oud’ en bruine Bier.
Ey! wilt niet langer draalen,
Zoo ’er te slypen is,
Je sult me niet betaalen,
Als ik in ’t slypen mis.
Zoo eenig Letter-kunden
Ook wil geholpen zijn,
Of iemand van zijn Vrunden,
Die komt gezwind by mijn.
’k Zal zijn geweer verstaalen,
Al was ’t geen Oortjen weerd,
’k Verbeter al de kwaalen,
En help ze weer te Peerd.
Ik slyp zo wel voor Gekken,
Als voor de wyze Luy
Als ik ze maar kan trekken,
Scheelt het my niet een bruy.
Ik slyp voor Professoren,
En Chirurgynen mĂȘe,
Ik geef haar Mes en Booren
Weer nieuwe steek en snĂȘe.
woensdag 27 februari 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten