donderdag 8 maart 2007
Achttiende-eeuwers zijn dol op lijstjes, verzamelingen, enumeraties, catalogi. Dat zijn vaak opsommingen van dingen die helemaal niet bestaan. Satirici maken graag gebruik van dit genre om een persoon in een lachwekkend daglicht te zetten.
Denkt u maar eens aan de begrafenisceduls van Klaas Hoefnagel, uit de patriottentijd. Daarin formeert hij begrafenisstoeten van zijn politieke vijanden, zoals Van Goens en Luzac. Voor en achter hun lijkkist paraderen hun echte of vermeende vriendjes. Die zijn allemaal bizar aangekleed, conform hun politieke richting; en torsen symbolen van hun hebbelijkheden en overtuigingen. Het zijn een soort filmische spotprenten.
Zo heb je ook verzamelingen van fake-schilderijen, van pseudo-bijbelverzen, van... Iemand zou es een leuk boek moeten maken over al deze vaak inventieve, bijna altijd beledigende verzamelingen.
In de komende afleveringen publiceert Herkauwer de tekst van een uniek document (de NCC meldt het bestaan van slechts één exemplaar, in UBA; Worldcat nog een exemplaar in Yale); te weten de spotcatalogus uit 1709, waarin het boekenbezit en huisraad beschreven wordt van de beroemde Petrus Burmannus (1668-1741), een geleerde die tijdens zijn leven de toorn van heel wat mensen opriep.
Deze speciale fictieve verzameling is een soort imaginaire bibliotheek. Het is niet de eerste in zijn soort, maar toch een vrij vroege.
Dergelijke lijstjes en verzamelingen zouden ook vandaag de dag nog wel een goed middel zijn om niet zo beminde kennissen op de korrel te nemen.
U kunt dat gemakkelijk zelf doen.
Stel, u bent niet dol op onze gewezen minister van onderwijs. Verzin dan bijvoorbeeld een Maria-litanie, gezongen in een processie van nonnen met pruimemondjes. Aan het hoofd van die processie loopt een moeder-overste klein-formaat, met een bord ‘Intellectual Design’ in de hand.
Daarachter allerlei nonnen en onderwijzeresjes, zingend ‘Roos van Maastricht, bid en help ons’; ‘Beschermster der vosjes, bid en help ons’. Enzovoorts. Er valt u wel iets in als ‘Leid-ster der blondjes’; ‘Val voor vroomheid’. De tekst van de oorspronkelijke litanie moet als het ware eronder blijven doorklinken. U kruidt het met wat Lourdes en zo. Er moeten, geloof ik, ook heiligen in zo’n litanie aangeroepen worden, dus u maakt een reeks daarvan, beginnend met ‘Heilige Antonius à Bodar...’.
Te moeilijk?
Maak dan de nagelaten bibliotheek van een vooraanstaand CU-politicus, bepaalde voorkeuren verradend. Daarin vindt men titels als
Xaviera, Gepredestineerd tot de zonde
Da Costa, De geheime levens van Willem van Oranje
Els Kip, Verboden liefde. Voet en Anna Maria Schuurman
Janneke van der Wiel, Protestantse bastaarden in de historische roman
Bulder van der Vliet, De doorn in het vlees. Paulus en de verborgen homo’s
Tineke Huizinga, Eer aan het vijgenblad. Bevindelijke mode aan de costa’s
Van Schendel, De naaktlopers van Nijkerk
Groen van Prinsterer, Waarom spoorwegcoupés deuren moeten hebben. Brochure.
Kuyper, Zaad Adams. De taal van de slang en onze vrouwen
Bartje, Ik bid niet voor oude pruimen
Lou de Palingboer, Ik ben de bel; de bijbel mijn bij-bel
Ans Petronella Landman, Van kajuitsmeisje tot stoepje. De wegen van de Heer Lodderstein, Geestelijke Uyt-spattingen
J. Cats jr., Het leven geen Musical
Dutoit, Baie veel gekust. Pieter Maritz’ jeugd
Oorthuys, Daar ruist langs de wolken. Meteorologie voor en door meisjes
Bunyan, Scharlaken vrouw. Christinne in de branding
Balkenbegin, Jonas op de Willem Barends
Anon., Vrouw zoekt boer
De Hartog, Het zeegat uit met Johanna
Bush, Pocahontas bekeerd. Pilgrim’s Fathers en de Indiaansen
Verboom, 666. Windows voor christenen
Van der Zwaag, De zonde van Barabbas. Richtlijnen voor hangjongeren
Jacob Israel de Haan, Jerusalem bij nacht
Bekker, Demonologie voor dienstmeisjes.
En natuurlijk stapels jaargangen van bladen als Christen-vrienden; de Heidelbergse Zee-verkenner; Jeugd en Vreugd.
Verder vakliteratuur, of literatuur uit eigen kring als
Alblasserwaard. Open hemel, treurige aarde
A. Klink, Langs slikken en schorren: de Heer zonder morren
Rinus van Elburg, De boer op in Tholen. Het woord van de partij op dankdagen en bruiloften
Kees Fens, Hoe maak ik zelf wierook? (hé, wat doet dit ertussen?)
Jongeling, Getuigen van de heerlijkheid. De inquisitie en Noord-Beveland
Doekle Terpstra, Niet bij CAO alleen
Bodar, Plebaan voor twee dagen (weer zoiets raars. Verplaatsen)
Quist, Op reis met Timotheus. Het strand van Eilath in de Schrift
Marijnissen, Folderen op Urk! Een toekomst wordt zichtbaar
Halsema, Zo groen was de Sinaï
Wilders, Waarom Jericho viel.
U kunt dat natuurlijk wat larderen met wat gewone boeken, zoals
Gerbrandy, Bilderdijk als vrouwenmepper
Mijnhardt, Het luikje van prins Maurits
Kuitert, Uw borsten als torens. Het Hooglied herlezen
M. Sanders, Zwingli: sporen van Thomas van Aquino
Smits-Veldt, De exitus infelix van Bathseba in het zesde bedrijf van Vondels ‘Salmoneus’, toegelicht aan de hand van de kritieken van Hellinga maar niet die van Tuynman, en zoals beschouwd door de vrouwen van de Muiderkring toen zij samen in de trekschuit zaten die in de file voer bij Wassenaar.
Dat werk. U snapt het principe nu wel. U bent dan wel een avondje zoet, en uw vrouw/man kan eindelijk de nieuwste van Heleen van Royen lezen.
woensdag 27 februari 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten