zaterdag 1 maart 2008

Echtgenote als almanak: Naamlooziana (1772)

maandag 3 september 2007


Het zal heel wat decennia geleden zijn dat Herkauwer gebladerd heeft in het merkwaardige tijdschrift de Naamlooziana (1772) van het genootschap de Zevenstar. Dat is een produkt van eerst, voornamelijk, Ockerse, en daarna, vermoedelijk, Hoefnagel. De volledige titel: De Naamlooziana, of Vertoog zonder vinding zynde iets over alles, getrokken uit de aantekeningen van ymand, gemaakt op elk, en toepaslyk op niets.

Het gedeelte-Ockerse heeft enig niveau, het latere gedeelte is nogal volks. In dat eerste deel is herhaald sprake van ‘-ana’-literatuur; dus van die humoristische literatuur die grappen en anecdotes vertelt, behorend bij of getrokken uit het leven van één bepaalde persoon. Zoals de Datheniana, Scaligeriana, enz. Later (p. 45 vv.) wordt in het blad zelfs getheoretiseerd over dat genre, en bespreekt men of het Nederlandse begrip ‘aartigheid’ overeenkomt met de inhoud en strekking van dergelijke humoristisch lectuur.

Volgen een aantal ‘aartigheden’. Herkauwer zag in één daarvan tot zijn verbazing een vroege variant opduiken van de klacht dat rijke oudere mannen soms een nieuwe vrouw nemen, als ware het/zij een nieuwe auto:

‘Een Hoogleeraar van ’t Kollegie, die dagelyks vier of vyf uuren in zyn Kabinet aan Letteröefeningen besteede, en eens buiten gewoonte langer agterbleef, wierd door zyne Egâ gezogt en nog in de Boeken beezig gevonden. - Ach! myn Schat! zei hy: zyt gy daar? Wat komt gy my zeggen? - Ik wenschte, myn Lief, ook een Boek te zyn. - En waarom? - Om dat gy u geduurig daar by bevind. - Dan wenschte ik, zei de Professor, dat gy een Almanak waard. - En waarom? hervatte zyne Huisvrouw. - Om redenen, verkreeg zy tot antwoord, dat men ieder jaar eenen nieuwen bekomt.’ (p. 61)

Geen opmerkingen: