donderdag 13 september 2007
Kort geleden wandelde Herkauwer over het Korte Voorhout in Den Haag, omdat hij daar afgesproken had met iemand.
Aan de ene zijde van dat Voorhout werd zijn blik getroffen door een omgekeerde zwartwitte koe die boven in een kunstmatige boom hing. Niet onaardig, als grapje. Maar hij had het beest al eens eerder gezien. Het effect van de boomkoe was, na één keer zien, uitgewerkt.
Aan de andere zijde van het Voorhout trof hij een in het plaveisel bevestigde metalen tegel, met, alweer, iets grappigs. Het was een inschrift in het metaal, luidend:
‘Omdat hij niet meer kon huilen, raadde zijn pychiater hem aan een wolf in huis te nemen.’
Daar wordt men af en toe erg droevig van, van dit soort kunst. ‘Geintje, bedankt’.
Het lijkt er veel op dat we weinig aardigs hebben kunnen produceren in de publieke ruimte, na de periode van de walgelijke biedermeiergeneraals en dito koningen te paard (met excuses aan Marita M., die daar vast iets bijzonders aan weet te ontdekken).
Herkauwer vindt het wel goed te kunnen constateren dat heel veel kunstprodukten uit de afgelopen decennia langzamerhand opgeruimd worden.
Heel vaak zijn dat roestig geworden, abstracte metalen zweepslagen in de ruimte. Die werden (worden?) door kunstenaars vaak beschreven als ‘onderzoek naar de werking van de ruimtelijke dimensie’, in het pretentieuze socio-theologo-pedagogico-jargon dat zij geleerd hebben van de welzijnswerkerij of tijdens een bliksemcursus wereldbeschouwing door Sharon Dijksma.
Herkauwer is geneigd in gepeinzen te vervallen over alle BVK-types die hij sinds 1968 voorop zag marcheren bij demonstraties, kraakacties en andere leutigheden; en die hij tevens feitelijk gekend heeft. Maar hij zal u daarmee niet lastig vallen.
Gaat u zelf maar een wolf nadoen.
zaterdag 1 maart 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten