woensdag 12 september 2007
a la pommerie hadt ik byna vergeete, die wel na een Sleepers Paerd gelykt, die een nieuwe Pluim op heeft; doch als ik van al die Mutsen en Kapsels een uitleg zou doen, hoefden ik in geen half dozyn jaaren, myn mont te houden, en dan had ik nog niet gedaan. Als daar zyn de zogenaamde Mannebehaagertjes, anders genaamt Kinmutsjes, of de bekoorlyke Cornetjes, Wangmutsjes, daar de Burgers en Ambachtslieden, mitsgaders de Dienstmeisjes zo gloriëus op zyn, als een Hoogduitsche Koetzier op en paar geknoopte Snorre, of een Speelhuis Castelyn, dat hy mooijê Venus Nimpjes op de bank heeft; onder ’t aldergemeenste soort van Straatdames, regeert principaal Madame a la Jordaan, die in haar gevolg heeft, de zeer honnette freule a la Panhaaring, met Mevrouw a la Varsewaar, die zeer na bevrind is, met Mejuffer Zingzang, ‘een pertienente beschryving van ’t geen ’er is voorgevallen, geef [303] ik voor een Oortje’, die tot zusters heeft a la Pan-Eel, met de jonge Juffer a la Blomkool, geboore Dames van ’t Hennipzeel, die volgens de Genologiesche Tafel annex is, van Vaders en Moeders zyde, met Madame a la Reepen en Eerdappelé en Mevrouw a la Eerdebeyën, een dubbeltje een pot, maar wagt, ik vraag excuus, en vergeet Mevrouw a la Mossel, benevens haar zeedige Dochter, freule Oester, a la Schelvis, en Mevrouw levendiege Bot, zyn ook niet te verägten, want houden de MOODE in zulken agting, dat zy altoos met de muts op zy, en het hair aan alle kante daar uitpronken; ’t eenigst is, dat die MOODEN niet ligt gevolgd kan worden, of zulke Daames moeten de slag hebben, om haar Neus met de vingers te decrotteere of te snuiten, flens tegen de grond, of anders die dat niet wel doen kan, gebruike haar Tabeltjé. Ik moet ook niet vergeeten a la Brakkinnen, doch daar zyn zulke differente soorten van Mutsen onder, dat het niet wel is te beschryven, want Juffrouw a la ligtomdyne, gebruikt ’er een, voor plat op het hoofd, een breed Lint daar op, van agteren weg vliegende, of zy om haar kuisheid te verliezen, tegen de wind oploopt, een ander wederom, wel dito fatzoen, maar geen Lint daar op, een derde, dito soort, maar krulle van valsch hair, geploozen uit een zwarte Surinaamsche Bok. [304]
Van de Noord-Hollanders zou ook wat van een Mooden of tien gezegt kunnen worde, en de Frieze niet minder, maar die schepsels hebben genoeg te doen, om haar Lykdoorens op de Ooren te geneezen, verwekt door ’t knypen van de goude en zilvere Yzers, als ook meden van de hedendaagsche Princessekappe, Vrouwe Hoeden, het blankette der Daames, ’t ontbloote der boezems, en meerder diergelyke, doch dit laat ik voor de geen die in de volgende byeenkomst moet spreeken, en meen thans genoeg gezegd te hebben, wat de Moode der hedendaagsche Vrouwelyke Sexe omtrent het hoofd is, die ieder een graag zal bekenne, dat veel met de Ouden scheelt.
D. Gy hebt my weergaloos voldaan Broeder B. maar ik raad uw niet zonder zydgeweer de deur uit te gaan, want de Vrouwlui zullen u vermoorde.
A. ’t Zal zulk een vaart niet loopen, en die verderflyke kanker mag wel wat hebben, doch ’t zal tyd zyn dat wy scheiden.
D. Ik Gaa zeer vergenoegt na myn huis, het eenigst is dat myn spyt, dat myn Vrouws Muts zo geaffronteerd is.
zaterdag 1 maart 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten