dinsdag 24 april 2007
(vervolg)
Een groot deel van deze Duitse roman-biografie is dus gewijd aan de belevenissen van Sebaldus in de Republiek. Blijkbaar zijn voor de schrijver, Nicolai, de Hoog- en Nederduitse gebieden, in religiosis, niet meer dan de delen van een tweeluik, samen éénzelfde schilderij vormend. Hij dacht wellicht zijn standpunten juist beter zichtbaar te kunnen maken aan de hand van Sebaldus’ ervaringen in de Republiek, waar alle gezindten immers naast elkaar leven.
Het hoofdthema in Nothanker is: in de aan elkaar verwante gebieden, Nederland en Duitsland, zijn de voornaamste kerkelijk georganiseerde of als publieke kerk de machtigste stromingen, de Lutherse en Calvinistische, te verwerpen als woordvoerders van het christendom. Werkelijke moraal is alleen te vinden bij een groepering als de vrijzinnige Collegianten, misschien ook bij een individu als de lutherse Alkmaarse dominee (die blijkbaar zijn eigen, dus neologische, opvattingen, heeft).
Dit alles is typerend voor de Nicolai-Verlichting: elk moet zijn waarheid zoeken, in eerlijkheid luisteren naar de kernwaarheid in de bijbel en elders. Hij moet niet luisteren naar het in geheel andere zaken geïnteresseerde kerkelijke gezag. De opgenomen passages uit Buncle wijzen eveneens in die richting. Dit alles bijeen is kenmerkend voor de Duitse neologie.
Het valt licht te begrijpen dat bij het verschijnen van de vertaling van Sebaldus Nothanker de vaderlandse publieke kerk niet erg gelukkig was met dit Duitse pleidooi. Temeer niet omdat Sebaldus’ belevenissen voor een zeer groot deel plaatsvinden op Nederlandse bodem, en de ontmoetingen van deze simpele evangelische, Buncle-lezende Duitser met de vertegenwoordigers van de vaderlandse calvinistische publieke kerk, deze kerk in een vervelend daglicht stelden.
Calvinistisch Nederland kwam dus in het geweer: Nothanker was ketters. (1)
Een verbod volgde. (2)
Ach, Nederland was vroeger zo tolerant...
(1) Woedende recensie in de Nederlandsche Bibliotheek dl. 4, nr. 3, p. 154.
(2) Hof van Holland (Nat. Archief), inv. nr. 330, in dato 16 april 1776: de procureur-generaal verzoekt op basis van het plakkaat van 1 mei 1773 de officier van justitie te Amsterdam te gelasten tegen drukker en verspreiders op te treden. Ik kon hier verder niets vinden, maar blijkens Ton Jongenelen, Van smaad tot erger. Amsterdamse boekverboden 1747-1794. Amsterdam 1998, p. 37, werd Dóll aangezegd de verschijning te staken. Toen hij toch het derde deel uitgaf kreeg hij, 27 september 1776, de waarschuwing dat de volgende overtreding tot verbanning zou leiden.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten