donderdag 5 juli 2007
(vervolg)
De eerste twee delen van Bonkel verschijnen in 1778 en 1779. En die krijgen meteen de volle laag van orthodoxe zijde, in een bespreking in de Nederlandsche Bibliotheek. (1) Dit blad is een gezaghebbend tijdschrift uit de kring van ds. Petrus Hofstede, in die jaren de belangrijkste verdediger van de voorrechten van de publieke kerk. Misschien is hijzelf wel de vervaardiger van de bespreking. De schrijver meldt: deze Bonkel gaat terug op de tekst van de Duitse vertaling van Nicolai, met diens aantekeningen (!). Die Nicolai is al notoir genoeg wegens zijn Nothanker. In deze eerste twee delen is al duidelijk het aantasten en ondermijnen van de wezenlijkste grondwaarheden, niet slechts van den Protestantschen, maar van alle Christelijken Godsdienst. (2)
Er worden vele punten opgesomd waaruit dit blijkt. Bonkel is bijvoorbeeld niet orthodox in zijn opvattingen over erfzonde, Gods almacht, de volstrekte verkiezing en verwerping. Bonkel erkent geen onderscheid tussen de natuurlijke godsdienst en de openbaring. Bonkel ontkent de godheid van Christus en verloochent de Drieëenheid. Hij is openlijk unitariër. Kortom, Nicolai wilde met dit werk in de Duitse landen waarschijnlijk deïsten kweken. Het werk is daar terecht verboden. Maar mag dit boek dan zomaar hier uitgegeven worden? Moet de baatzucht van vertaler en uitgever leiden tot een uitgave die onbeperkte vrijheid zoekt en de godsdienst hoont? Mag men openlijk de leer van Arius en Socinus verbreiden? Onder de neus van de Hoge Overheid? Men mag hopen op maatregelen....
Dit is een niet erg verkapte uitnodiging aan de overheid iets te doen aan dit ongewenste binnendringen van Duitse onorthodoxe denkbeelden, zo bedreigend voor het vaderlandse christendom. De verwijzing naar Nicolai’s Nothanker is niet onbelangrijk, want dat boek, althans de vertaling daarvan, heeft enkele jaren eerder al voor opschudding gezorgd. Juist in dat werk waren expliciet opvattingen over waarheid en christendom, in de Duitse landen én de in de Republiek, expliciet naast en tegenover elkaar gezet. Die verwijzing roept dus bepaalde tegenstellingen in herinnering, en bevordert de idee dat het vaderland bedreigd wordt vanuit Duitse hinderlagen.
De invitatie van de Nederlandsche Bibliotheek aan de overheid iets te doen aan het verschijnen van Bonkel blijft niet zonder gevolgen. Ik kan echter niet met zekerheid aangeven of de volgende actie echt het gevolg is geweest van die bespreking, dan wel tevens van de behoefte van de overheid om, na de Socratische oorlog, nieuwe religieuze conflicten in de kiem te smoren. Zeker is het volgende. (3)
(1) Deel 7 (1779) nr. 5, p. 241-252.
(2) P. 243.
(3) Voor het volgende is gebruik gemaakt van het archief Hof van Holland (Nationaal Archief) inv. nr. 333. Alleen de notulen en besluiten van het Hof zijn bewaard gebleven; er is helaas geen ‘dossier’ van de procureur-generaal met brieven en stukken over deze zaak.
(wordt vervolgd)
Posts tonen met het label Sebaldus Nothanker. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sebaldus Nothanker. Alle posts tonen
donderdag 28 februari 2008
woensdag 27 februari 2008
Sebaldus Nothanker in Nederland (1775) 2
maandag 23 april 2007
(vervolg)
Sebaldus krijgt een baantje als opvoeder-leermeester in Rotterdam, bij een gezin waarvan de vrouw luthers, de man gereformeerd is. De kinderen behoren om-en-om tot die gezindten. Sebaldus heeft de zorg voor de lutherse kinderen, voor de andere is de geformeerde hofmeester Puistma verantwoordelijk.
Het gevolg is uiteraard onenigheid. Tijdens een overleg hierover met de lutherse dominee Ter Breydelen (!) en de gereformeerde dominee Dwanghuysen (1) blijkt Sebaldus volgens het het begrip van beide genoemden niet erg orthodox. Hij wordt gedwongen te vertrekken.
Aangezien hij geïnformeerd is over de meer tolerante Rijnsburger Collegianten - een complete historie van die Nederlandse groepering acht Nicolai hier het vermelden waard - begeeft Sebaldus zich naar een vooraanstaand lid daarvan, te Amsterdam. Wanneer hij daar belandt wordt hij door een Duitse orthodoxe zielkoper gegijzeld om naar Oost-Indië verscheept te worden, maar verlost door de Alkmaarse dominee, toevallig in Amsterdam.
De Collegiant blijkt druk met publicaties, en een tijdschrift. Hij sterft. Sebaldus erft zijn tijdschrift. Hij leest nu allerlei teksten die daarvoor nut zouden kunnen hebben. Zo stuit Sebaldus op... John Buncle (de lezers welbekend. Zie de afleveringen van Herkauwer, getiteld De man met de vele vrouwen).
Hij slaat aan het vertalen daarvan, maanden lang. Hij leest lange passages - in hun geheel in Nothanker opgenomen! - voor aan de geldzuchtige boekhandelaar-uitgever Van der Kuyt, (3) alsmede aan de gereformeerde dominee De Hysel. In complot spelen deze laatste twee het klaar om Sebaldus aan te praten dat die tekst is ketters is en dat hij onmiddellijk moet vluchten. De boekhandelaar kan daarop de afgestane tekst publiceren, terwijl de dominee redacteur wordt van het tijdschrift.
Sebaldus vlucht via Arnhem naar Kleefs territorium en vestigt zich nabij Wezel, zeg maar in Westfalen. Hij slaagt erin zich te vestigen als een soort boer, vindt zijn kinderen terug, en weigert zich waar dan ook mee nog mee te bemoeien. De nieuwste Duitse Candide heeft in zijn eigen geval, zogezegd, genoeg van alle georganiseerde religie.
maandag 23 april 2007
(wordt vervolgd)
(1) Simon Vuyk herkent in Dwanghuysen Petrus Hofstede: Uitdovende Verlichting [...]. Amsterdam 1998, p. 10.
(2) Bedoeld lijken te zijn: Loosjes, en diens Vaderlandsche Letteroefeningen.
(3) Een woordspeling met ‘guyt’ (= schurk)? De passage lijkt geïnspireerd op de geldzuchtige en bedriegelijke Hollandse koopman Vanderdendur, in Voltaire’s Candide, welke figuur zelf weer herkomstig is van Voltaire’s relatie, de uitgever Van Duren.
(vervolg)
Sebaldus krijgt een baantje als opvoeder-leermeester in Rotterdam, bij een gezin waarvan de vrouw luthers, de man gereformeerd is. De kinderen behoren om-en-om tot die gezindten. Sebaldus heeft de zorg voor de lutherse kinderen, voor de andere is de geformeerde hofmeester Puistma verantwoordelijk.
Het gevolg is uiteraard onenigheid. Tijdens een overleg hierover met de lutherse dominee Ter Breydelen (!) en de gereformeerde dominee Dwanghuysen (1) blijkt Sebaldus volgens het het begrip van beide genoemden niet erg orthodox. Hij wordt gedwongen te vertrekken.
Aangezien hij geïnformeerd is over de meer tolerante Rijnsburger Collegianten - een complete historie van die Nederlandse groepering acht Nicolai hier het vermelden waard - begeeft Sebaldus zich naar een vooraanstaand lid daarvan, te Amsterdam. Wanneer hij daar belandt wordt hij door een Duitse orthodoxe zielkoper gegijzeld om naar Oost-Indië verscheept te worden, maar verlost door de Alkmaarse dominee, toevallig in Amsterdam.
De Collegiant blijkt druk met publicaties, en een tijdschrift. Hij sterft. Sebaldus erft zijn tijdschrift. Hij leest nu allerlei teksten die daarvoor nut zouden kunnen hebben. Zo stuit Sebaldus op... John Buncle (de lezers welbekend. Zie de afleveringen van Herkauwer, getiteld De man met de vele vrouwen).
Hij slaat aan het vertalen daarvan, maanden lang. Hij leest lange passages - in hun geheel in Nothanker opgenomen! - voor aan de geldzuchtige boekhandelaar-uitgever Van der Kuyt, (3) alsmede aan de gereformeerde dominee De Hysel. In complot spelen deze laatste twee het klaar om Sebaldus aan te praten dat die tekst is ketters is en dat hij onmiddellijk moet vluchten. De boekhandelaar kan daarop de afgestane tekst publiceren, terwijl de dominee redacteur wordt van het tijdschrift.
Sebaldus vlucht via Arnhem naar Kleefs territorium en vestigt zich nabij Wezel, zeg maar in Westfalen. Hij slaagt erin zich te vestigen als een soort boer, vindt zijn kinderen terug, en weigert zich waar dan ook mee nog mee te bemoeien. De nieuwste Duitse Candide heeft in zijn eigen geval, zogezegd, genoeg van alle georganiseerde religie.
maandag 23 april 2007
(wordt vervolgd)
(1) Simon Vuyk herkent in Dwanghuysen Petrus Hofstede: Uitdovende Verlichting [...]. Amsterdam 1998, p. 10.
(2) Bedoeld lijken te zijn: Loosjes, en diens Vaderlandsche Letteroefeningen.
(3) Een woordspeling met ‘guyt’ (= schurk)? De passage lijkt geïnspireerd op de geldzuchtige en bedriegelijke Hollandse koopman Vanderdendur, in Voltaire’s Candide, welke figuur zelf weer herkomstig is van Voltaire’s relatie, de uitgever Van Duren.
Sebaldus Nothanker in Nederland (1775) 3 (slot)
dinsdag 24 april 2007
(vervolg)
Een groot deel van deze Duitse roman-biografie is dus gewijd aan de belevenissen van Sebaldus in de Republiek. Blijkbaar zijn voor de schrijver, Nicolai, de Hoog- en Nederduitse gebieden, in religiosis, niet meer dan de delen van een tweeluik, samen éénzelfde schilderij vormend. Hij dacht wellicht zijn standpunten juist beter zichtbaar te kunnen maken aan de hand van Sebaldus’ ervaringen in de Republiek, waar alle gezindten immers naast elkaar leven.
Het hoofdthema in Nothanker is: in de aan elkaar verwante gebieden, Nederland en Duitsland, zijn de voornaamste kerkelijk georganiseerde of als publieke kerk de machtigste stromingen, de Lutherse en Calvinistische, te verwerpen als woordvoerders van het christendom. Werkelijke moraal is alleen te vinden bij een groepering als de vrijzinnige Collegianten, misschien ook bij een individu als de lutherse Alkmaarse dominee (die blijkbaar zijn eigen, dus neologische, opvattingen, heeft).
Dit alles is typerend voor de Nicolai-Verlichting: elk moet zijn waarheid zoeken, in eerlijkheid luisteren naar de kernwaarheid in de bijbel en elders. Hij moet niet luisteren naar het in geheel andere zaken geïnteresseerde kerkelijke gezag. De opgenomen passages uit Buncle wijzen eveneens in die richting. Dit alles bijeen is kenmerkend voor de Duitse neologie.
Het valt licht te begrijpen dat bij het verschijnen van de vertaling van Sebaldus Nothanker de vaderlandse publieke kerk niet erg gelukkig was met dit Duitse pleidooi. Temeer niet omdat Sebaldus’ belevenissen voor een zeer groot deel plaatsvinden op Nederlandse bodem, en de ontmoetingen van deze simpele evangelische, Buncle-lezende Duitser met de vertegenwoordigers van de vaderlandse calvinistische publieke kerk, deze kerk in een vervelend daglicht stelden.
Calvinistisch Nederland kwam dus in het geweer: Nothanker was ketters. (1)
Een verbod volgde. (2)
Ach, Nederland was vroeger zo tolerant...
(1) Woedende recensie in de Nederlandsche Bibliotheek dl. 4, nr. 3, p. 154.
(2) Hof van Holland (Nat. Archief), inv. nr. 330, in dato 16 april 1776: de procureur-generaal verzoekt op basis van het plakkaat van 1 mei 1773 de officier van justitie te Amsterdam te gelasten tegen drukker en verspreiders op te treden. Ik kon hier verder niets vinden, maar blijkens Ton Jongenelen, Van smaad tot erger. Amsterdamse boekverboden 1747-1794. Amsterdam 1998, p. 37, werd Dóll aangezegd de verschijning te staken. Toen hij toch het derde deel uitgaf kreeg hij, 27 september 1776, de waarschuwing dat de volgende overtreding tot verbanning zou leiden.
(vervolg)
Een groot deel van deze Duitse roman-biografie is dus gewijd aan de belevenissen van Sebaldus in de Republiek. Blijkbaar zijn voor de schrijver, Nicolai, de Hoog- en Nederduitse gebieden, in religiosis, niet meer dan de delen van een tweeluik, samen éénzelfde schilderij vormend. Hij dacht wellicht zijn standpunten juist beter zichtbaar te kunnen maken aan de hand van Sebaldus’ ervaringen in de Republiek, waar alle gezindten immers naast elkaar leven.
Het hoofdthema in Nothanker is: in de aan elkaar verwante gebieden, Nederland en Duitsland, zijn de voornaamste kerkelijk georganiseerde of als publieke kerk de machtigste stromingen, de Lutherse en Calvinistische, te verwerpen als woordvoerders van het christendom. Werkelijke moraal is alleen te vinden bij een groepering als de vrijzinnige Collegianten, misschien ook bij een individu als de lutherse Alkmaarse dominee (die blijkbaar zijn eigen, dus neologische, opvattingen, heeft).
Dit alles is typerend voor de Nicolai-Verlichting: elk moet zijn waarheid zoeken, in eerlijkheid luisteren naar de kernwaarheid in de bijbel en elders. Hij moet niet luisteren naar het in geheel andere zaken geïnteresseerde kerkelijke gezag. De opgenomen passages uit Buncle wijzen eveneens in die richting. Dit alles bijeen is kenmerkend voor de Duitse neologie.
Het valt licht te begrijpen dat bij het verschijnen van de vertaling van Sebaldus Nothanker de vaderlandse publieke kerk niet erg gelukkig was met dit Duitse pleidooi. Temeer niet omdat Sebaldus’ belevenissen voor een zeer groot deel plaatsvinden op Nederlandse bodem, en de ontmoetingen van deze simpele evangelische, Buncle-lezende Duitser met de vertegenwoordigers van de vaderlandse calvinistische publieke kerk, deze kerk in een vervelend daglicht stelden.
Calvinistisch Nederland kwam dus in het geweer: Nothanker was ketters. (1)
Een verbod volgde. (2)
Ach, Nederland was vroeger zo tolerant...
(1) Woedende recensie in de Nederlandsche Bibliotheek dl. 4, nr. 3, p. 154.
(2) Hof van Holland (Nat. Archief), inv. nr. 330, in dato 16 april 1776: de procureur-generaal verzoekt op basis van het plakkaat van 1 mei 1773 de officier van justitie te Amsterdam te gelasten tegen drukker en verspreiders op te treden. Ik kon hier verder niets vinden, maar blijkens Ton Jongenelen, Van smaad tot erger. Amsterdamse boekverboden 1747-1794. Amsterdam 1998, p. 37, werd Dóll aangezegd de verschijning te staken. Toen hij toch het derde deel uitgaf kreeg hij, 27 september 1776, de waarschuwing dat de volgende overtreding tot verbanning zou leiden.
Sebaldus Nothanker in Nederland (1775) 1
zondag 22 april 2007
De ‘roman’ Leben und Meinungen des Herrn Magisters Sebaldus Nothanker, door Friedrich Nicolai (1733-1811) geschreven, en in 1773-1776 uitgegeven, speelt voor een groot deel op het grondgebied van de Republiek. Het werk is in Nederland is bij dixhuitièmistes helaas nauwelijks bekend. De Berlijnse uitgever Nicolai was in zijn dagen de bekendste propagator van de Verlichting in de Duitse landen. (1)
In Berlijn was het werk snel aan een derde druk toe. Over de opwinding in Duitsland zal ik niets zeggen. Een Nederlandse vertaling, van de hand van de remonstrantse hoogleraar A.A. van der Meersch (2) volgde spoedig, en verscheen 1775-1776 als Het leven en de gevoelens van den eerwaarden heer Sebaldus Nothanker bij Jan Dóll in Amsterdam.
Opdat de lezer een indruk kan krijgen van de wijze waarop in dit boek een schets gegeven wordt van het theologische en wereldbeschouwelijke slagveld in twee landen, geef ik een korte samenvatting, met het accent op de belevenissen van de hoofdfiguur in de Republiek.
De eenvoudige geestelijke Sebaldus Nothanker leeft gelukkig met vrouw en kinderen in zijn standplaats. Hij meent rechtzinnig genoeg te zijn maar verkondigt zijn boeren slechts eenvoudige evangelische waarheden, tot aller tevredenheid. Orthodoxen die uit zijn op zijn standplaats slagen erin hem op beschuldiging van ketterij te verwijderen. Het gezin van Sebaldus wordt van de ene dag op de andere uit hun woning gezet, een leven langs de straat begint. Sebaldus’ vrouw sterft, zijn kinderen verdwijnen. Inderdaad zo kaal als een kerkrat zwerft Sebaldus door Duitsland; zijn enige vriend is de boekhandelaar Hieronymus die contacten heeft in Holland. Op zijn zwerftochten ontmoet hij lieden van allerlei religieuze snit en gezindheid; werkelijk christendom is doorgaans ver te zoeken. Sebaldus volhardt in zijn evangelisch, mogelijk verlicht christendom. Uiteindelijk besluit hij zijn geluk te zoeken in Oost-Indië. Hij neemt daartoe passage op een schip naar Amsterdam.
Hij lijdt schipbreuk bij Egmond.
Sebaldus wordt, meer dood dan levend, vanaf het strand van Egmond door een visser thuisbezorgd bij een lutherse dominee in Alkmaar, een vreedzaam man die een redelijke verstandhouding heeft zelfs met gereformeerden en mennonieten. Een hele opluchting voor Sebaldus, die juist door de luthersen in Duitsland vervolg werd. Is deze tolerante houding dus exemplarisch voor de verhoudingen in de Republiek? Dat zal geenszins het geval blijken.
(1) Over de Nederlandse receptie, en het verbod van Nothanker, iets meer in een komend artikel van A. Hanou, ‘Het Leven van Bonkel (1778-1779): Duits-Nederlandse tegenstellingen worden zichtbaar.’
(2) Voor diens denkbeelden, zie Simon Vuyk, Verlichte verzen en kolommen. Remonstranten in de letterkunde en tijdschriften van de Verlichting 1720-1820. Amsterdam 2000, p. 74-97; De dronken Arminiaanse dominee. Over de schaduwzijde der verlichte Remonstranten. Amsterdam 2002, p. 49-52, 76-82.
De ‘roman’ Leben und Meinungen des Herrn Magisters Sebaldus Nothanker, door Friedrich Nicolai (1733-1811) geschreven, en in 1773-1776 uitgegeven, speelt voor een groot deel op het grondgebied van de Republiek. Het werk is in Nederland is bij dixhuitièmistes helaas nauwelijks bekend. De Berlijnse uitgever Nicolai was in zijn dagen de bekendste propagator van de Verlichting in de Duitse landen. (1)
In Berlijn was het werk snel aan een derde druk toe. Over de opwinding in Duitsland zal ik niets zeggen. Een Nederlandse vertaling, van de hand van de remonstrantse hoogleraar A.A. van der Meersch (2) volgde spoedig, en verscheen 1775-1776 als Het leven en de gevoelens van den eerwaarden heer Sebaldus Nothanker bij Jan Dóll in Amsterdam.
Opdat de lezer een indruk kan krijgen van de wijze waarop in dit boek een schets gegeven wordt van het theologische en wereldbeschouwelijke slagveld in twee landen, geef ik een korte samenvatting, met het accent op de belevenissen van de hoofdfiguur in de Republiek.
De eenvoudige geestelijke Sebaldus Nothanker leeft gelukkig met vrouw en kinderen in zijn standplaats. Hij meent rechtzinnig genoeg te zijn maar verkondigt zijn boeren slechts eenvoudige evangelische waarheden, tot aller tevredenheid. Orthodoxen die uit zijn op zijn standplaats slagen erin hem op beschuldiging van ketterij te verwijderen. Het gezin van Sebaldus wordt van de ene dag op de andere uit hun woning gezet, een leven langs de straat begint. Sebaldus’ vrouw sterft, zijn kinderen verdwijnen. Inderdaad zo kaal als een kerkrat zwerft Sebaldus door Duitsland; zijn enige vriend is de boekhandelaar Hieronymus die contacten heeft in Holland. Op zijn zwerftochten ontmoet hij lieden van allerlei religieuze snit en gezindheid; werkelijk christendom is doorgaans ver te zoeken. Sebaldus volhardt in zijn evangelisch, mogelijk verlicht christendom. Uiteindelijk besluit hij zijn geluk te zoeken in Oost-Indië. Hij neemt daartoe passage op een schip naar Amsterdam.
Hij lijdt schipbreuk bij Egmond.
Sebaldus wordt, meer dood dan levend, vanaf het strand van Egmond door een visser thuisbezorgd bij een lutherse dominee in Alkmaar, een vreedzaam man die een redelijke verstandhouding heeft zelfs met gereformeerden en mennonieten. Een hele opluchting voor Sebaldus, die juist door de luthersen in Duitsland vervolg werd. Is deze tolerante houding dus exemplarisch voor de verhoudingen in de Republiek? Dat zal geenszins het geval blijken.
(1) Over de Nederlandse receptie, en het verbod van Nothanker, iets meer in een komend artikel van A. Hanou, ‘Het Leven van Bonkel (1778-1779): Duits-Nederlandse tegenstellingen worden zichtbaar.’
(2) Voor diens denkbeelden, zie Simon Vuyk, Verlichte verzen en kolommen. Remonstranten in de letterkunde en tijdschriften van de Verlichting 1720-1820. Amsterdam 2000, p. 74-97; De dronken Arminiaanse dominee. Over de schaduwzijde der verlichte Remonstranten. Amsterdam 2002, p. 49-52, 76-82.
Abonneren op:
Posts (Atom)