donderdag 6 september 2007
[...] De Vraag is dezelve als de voorige Week, Wat is de Mooden? Myn Heer de President heeft alreets aangetoond, wat de MOODEN der Manne, van onze hedendaagsche tyd is, en hoe veel dezelve, (alleen [291] maar aan de schouders toe) verscheeld met de Ouden.
Dog myn voorneemen is tans om de MOODEN van ons hedendaags Jufferschap niet alleen, maar ook de meerder en minder soort aan te toonen, en eens te zien, of dezelve niet wel zoo veel verscheeld in ongerymdheid, dan die der Mannen.
D. Noobel, dat staat my aan, want die Vloipelsen worde zoo verwaant, als een Gek wanneer men hem pryst, en zoo onbeschaamt, als Straatnimpfen, en zoo brutaal, als Beedelaars die met ’t Pistool in de vuist, om een aalmoes vraagen.
B. Als de Heeren dan maar eens gelieve te hooren; De MOODEN is tans veel meer nog verscheelende, aangaande de Dames van deeze tyd, met die van de voorige Eeuwen, als met de Heeren. Ik ben niet onbewust dat de Pronkepuntjes van onze Eeuw, my zoude te gemoed kunne voeren, dat ’er van Oude tyden, ook al wonderlyke MOODENS zyn geweest! want volgens ’t verhaal van Montaigne, zoo zoude de Vrouwe der Lacedomiërs, onbeschaamd genoeg geweest hebben, om zonder Keurs of Kleed, dat de dyën kwalyk bedekt waren, in de perke te verschynene, daar de naakte Jongelinge om stryd worstelden; Dog ik zal daar op, voor eerst, antwoorde; dat ik geloof, dat die MOODE van byna nakent te gaan, de Vrouwen der Lacedomiers, meer was toe te schryven, aan [292] haar eenvoudigheid, dan dartelheid, en dat zy niet minder kuis waaren, dan veele onzer hedendaagsche Vrouwen: Ten anderen, het waaren onbeschaamde Heidensche Volken, daar de Vrouwe van onze tyd, integendeel, zeer graag de naam hebben, van niet alleen welopgevoed, maar goede Chrsitenen te zyn. Ten derde, zoo spreek ik van de MOODEN der Hollandsche Vrouwen, en derzelver verandering, welk in de tyd van anderhalf hondert jaar is voorgevallen; wie zoude hebben durve droomen? dat een staatelyke Huismoeder kroost zou hebben voortgebragt, zoo veel verschillende in kleeding, by de haare, ik geloof, niemant, ’t schynt zelfs Fabuleus, als men eens een Schildery of Portret ziet, dat een hondert jaar oud is, en waar op door een konstpenseel, de een of ander Mevrouw van Geboorte, of Juffer, of burger Vrouwspersoon, is uitgebeeld, op zyn oud Hollands toegetakeld, dat men dan zal zeggen, dat is, of verbeeld onze Grootmoeder; de Dames, welke in die tyd niet minder van Geboorte gevonde wierden, vergenoegde haar, al waare ’t nog zulke groote Mevrouwen, de meesten magt met een eenvoudig Kapsel, welk meerder strekten tot het gebruik, dan tot hovaardy, wynige vond men, die witte Kapsels droegen, de meesten magt, bestonde in zwarte Kapsels, zoo wel van de Groote als [293] Klyne, daar was op de duyzendste part, zulk een wispeltuurige verandering niet, ’t grootst onderscheid, dat in de Kapsels bestond, was, dat ryke vermoogende lieden, dezelve Kapsels vercierde met Paerlen van een schoon water, ook wel Diämante, ieder na zyn staat.
Dog in al dit, wierd de zeedigheid en billykheid betragt; even was ’t met die geene, welke witte Hoofd dekzels of Kapsels op hadden; men vond maar weinig onderscheid in dezelve, ik weet ’t fatsoen dier Kapsels niet beeter te vergelyken, in onze tyd, dan by die der Molkweeren, Markers, Schotlanders, Urkers, en verdere Ylanders, welke de eenigste tans nog zyn, die de eer van de Ouden Hollandsche Natie, eenigermaaten ophouden, beziet haar eens met aandagt, en vergelyk dezelve met een Schildery van en Ouden Hollandsche Juffer, zoo twyffel ik niet, of gy zult bevinde, dat ik de waarheid spreek, dog alzoo ik myn tyd nodig heb, zal ik van de Oude afstappen; en toonen eens aan, de MOODE van de hedendaagsche Waereld, aangaande de Dames.
(wordt vervolgd)
zaterdag 1 maart 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten