zondag 2 maart 2008

Aristoteles tegen Descartes (1696)

zondag 16 september 2007

Verwacht u niets moeilijks. Dat kan trouwens nauwelijks in een blog. Voor men ‘de categorische imperatief van Kant’ kan zeggen, is een blog alweer afgelopen.

Maar bij het opruimen/inpakken wegens de komende verhuizing kwam Herkauwer ineens een oud mapje ‘Rusting’ tegen. Hij herinnerde zich dat hij ooit eens de bedoeling had gehad een artikel over deze, door Gerrit Komrij beminde, drekpoeët te schrijven. Wie weet gebeurt dat nog ooit.

Hoe dat zij - in het mapje bevond zich een leesverslag van Salomon van Rusting, De kat in het vagevuur, of de mislyken kattendroom van antique en moderne Saken. (’t Utrecht, Ian van Haekeren, 1696).

Hier ontmoeten elkaar Rustings kater (Kol) en buurmans kat (Puisje). Zij bespreken wie Kol in het vagevuur op Allerzielen allemaal ontmoet heeft. Daar zijn veel medici bij. Die laten we met rust. Maar Kol vertelt dat hij op de grens van vagevuur en hel, daar waar iets meer licht en lucht was, Aristoteles gezien heeft. Hij was daarheen gedragen vanuit de hel op een oude stoel, om met Descartes te disputeren.

Dat gaat dus niet echt netjes. In de moedwillig onbehouwen Rusting-taal zegt Aristoteles onder andere dit:

[...] Gy moeitenmaker!
Gy Jezuiten kint! Papist!
Gy Godt-ontkenner! Godtverzaker!
Verdoemde en duivelze Afgodist!
Kom hier jy fotzen tuig van venten! [...]
Bewys jou mislyke elementen,
Al eer je mynen wederlegt!
Bewys me (by den ackrelenten!)
Hoe dat het hemels vuur op aart,
In allerly ingredienten,
De naam van hemels vuur bewaart,
Gelyk op aart u Doctors leren,
Hoe komen ze aan die malle kuur,
Dat vuur in water zal logeren,
En blyven evenwel noch vuur?
Ik noem het ingeboren hette.

Enzovoorts. Kol legt Puisje uit dat die Aristoteles niets voorstelt. Bovendien, hij heeft zelfmoord gepleegd omdat hij het verschijnsel eb en vloed niet kon verklaren. Stel je voor dat hij, Kol, als kater, maar meteen in het water sprong als hij iets niet begreep!

Misschien toch een leuk voorbeeld van hoe het ‘volk’ in dit soort teksten tegen geleerdigheid aankeek. Vergelijk de ruzie tussen de wetenschappers bij Langendijk in diens Wistkunstenaars.

Geen opmerkingen: