vrijdag 6 juli 2007
Op 15 juni 1779 krijgt de Procureur-generaal toegang tot de vergadering van het Hof van Holland, het hoogste gerechtshof van die provincie. Hij meldt het vertalen van Bonkel door de advocaat J.H. Munnikhuizen, en de uitgave, tot nog toe in twee delen, door J.H. Munnikhuizen (1) en Plaat. Er zal nog meer verschijnen. En
vermits daar bij de pernicieuse en Zielverdervende Leerpoincten van Arius en Socinus opentlijk werden gespargeert en voortgezet, zijnde dit selve boek als soodanige dwalingen behelsende ook reets in het Duijtsche rijk verboden
verzoekt hij alles wat gedrukt was te mogen ophalen, en “wijders de uitgaeve van de verdere deelen onder poenaliteit van ’s lands placaten op deeze materie te interdiceeren”. (2)
Nadat enkele leden van het Hof het boek hebben bekeken, en gerapporteerd dat het niet alleen “opgevuld [is] met Sociniaansche Leerstellingen” maar ook “in verscheiden opzichten spottende en verachtende uitdrukkingen jegens de hier te Lande opentlijk gerecipieerde gevoelens” bevat, wordt op 25 juni goedgevonden Munnikhuijsen voor het Hof te ontbieden om hem kennis te geven van een verbod Bonkel verder te verkopen en te laten drukken.
Belangrijk is de constatering in deze notulen dat Bonkel strijdig is met de openlijk gerecipieerde gevoelens, dat wil zeggen met de door de staat officieel erkende kerkleer. Er bestaat dus een conflict tussen onze Republiek / publieke kerk, en de vanuit Duitsland binnenwaaiende denkbeelden.
Wie denkt dat de zaak daarmee afgelopen is, heeft het mis. Er zal een nogal gecompliceerde situatie ontstaan over de vraag wie bevoegd is wat te verbieden in Den Haag. Tegelijkertijd traineert Munnikhuizen de zaak, door slimme zetten. Hij weet uiteindelijk gewoon met het drukken van de vervolgdelen door te gaan. (3) De diverse bestuurlijke organen raken met elkaar in conflict en verliezen uiteindelijk hun belangstelling! Dat alles vormt leuk materiaal voor de geschiedenis van het boek en de vrijheid van drukpers.
Maar voor de geschiedenis van de Duits-Nederlandse betrekkingen is het voldoende, te constateren dat op het hoogste niveau zichtbaar is, dat men moeite doet de invloed van de Duitse Verlichting te stuiten. Ook is duidelijk dat in 1779 die Duitse Verlichting feitelijk lezers trekt, invloed heeft en reacties van de orthodoxie veroorzaakt. De in Bonkel gepropageerde God spoort niet met de opvattingen van Dordt, maar wel met de op een nieuwe manier gelezen bijbel van de neologie.
(1) “Waarscheinelijk deselve Persoon”.
(2) Hij verwijst naar plakkaten van 19 september 1653 en 1 mei 1773.
(3) De ontwikkeling is als volgt. Op 28 juni rapporteren de daartoe afgevaardigden dat zij Munnikhuizen het verbod hebben aangezegd (dat is dus blijkbaar niet ten Hove zelf gebeurd). Munnikhuizen had dit verweer gehad: hij had gedacht dat het plakkaat tegen Sociniaanse boeken niet relevant was: hij had immers de wederlegging tegen het socinianisme, door Nicolai aan Bunkel toegevoegd, ook in zijn eigen uitgave opgenomen; het derde deel was al afgedrukt en verzonden aan de kopers; het verbod kon hem niet aangaan maar wel de drukker en boekverkoper Plaat die als burger van Den Haag niet onder de jurisdictie van het Hof viel. Hij, Munnikhuizen, wilde eventueel wel stoppen met het vertalen en doen drukken van het vierde deel. Maar, zo verzocht hij, zijn argumenten met betrekking tot het verbod zouden dan wel besproken moeten worden; zodat dat verbod zo spoedig mogelijk opgeheven kon worden. In reactie besluit het Hof, daarmee blijk gevend gevoelig te zijn voor het probleem van de jurisdictie, dat de procureur-generaal met de baljuw van Den Haag moet gaan praten om ervoor te zorgen dat de verkoop van Bonkel gestuit wordt. - Op 29 juni informeert de procureur-generaal het Hof dat het derde deel nog niet verschenen is, naar het zeggen van de boekverkoper Plaat. Het Hof besluit Munnikhuizen te horen over diens voorgeven van het tegendeel. - Op 30 juni zegt de procureur de Haagse baljuw in kennis gesteld te hebben van de resolutie van het Hof. Deze heeft geantwoord “dat het selve boek, ten fine van examinatie en rapport, was gestelt in handen van den Oudsten Praedikant alhier” en dat hij graag met de procureur-generaal verder wilde overleggen; “doch dat Burgemeesteren van ’s Hage met opzigte tot de Jurisdictie over de Boekdrukkers Munnikhuijsen en Plaat geresolveert waren een Conferentie met den Hove te versoeken”. Het Hof gebiedt de procureur-generaal de baljuw te wijzen op de resolutie van de Hoogmogenden (de Staten-Generaal) van 14 december 1654, stipulerend te letten op het uitvoeren van het plakkaat van 1653 tegen sociniaanse boeken. Het Hof besluit door te gaan te pogen de verkoop van Bonkel te stuiten, in afwachting van andere deliberatiën; de baljuw moet daartoe zijn medewerking verlenen. - Op 1 juli blijkt een verzoek binnengekomen van het bestuur van Den Haag, om een conferentie te hebben over het geval-Munnikhuizen. Het Hof stemt toe; maar geeft tegelijkertijd de procureur-generaal de opdracht kennis te geven van het verbod van Bonkel, aan de baljuwen van Dordrecht, Haarlem, Delft, Leiden Amsterdam, Gouda, Rotterdam, Almaar, Hoorn en Enkhuizen. (Op dit moment zijn bekend verboden van Bonkel in de volgende steden: Den Haag 30 juni, en Delft 6 juli 1779 blijkens W.P.C. Knuttel, Verboden boeken in de Nederlanden. Beredeneerde catalogus. ’s-Gravenhage 1914, p. 71; Leiden, vreemd genoeg 3 juni 1779 blijkens Van Vliet, ‘Geschichte’; Amsterdam, rond 6 juli, blijkens Ton Jongenelen, Van smaad tot erger. Amsterdamse boekverboden 1747-1794. Amsterdam 1998, p. 40). - Op 6 juli is er een kort verslag van het gesprek met die van Den Haag (de Haagse gecommitteerden waren Dierquens, Slicher, Van Neck, en hun secretaris Van der Haar). De Hagenaars zeggen dat zij, toen de baljuw hen in kennis stelde van de aanzegging, van mening waren geweest dat Munnikhuizen, “als exercerende eene burgerlijke neering, notoirlijk behoort tot de Jurisdictie van den Hage, en daarom gaarne wilden geelucideert zijn, op wat fundament het Hof de voorszeide requisitie had gedaan”. Het Hof toont de Hagenaars daarop de titelpagina van Bonkel, om te laten zien dat Munnikhuizen de vertaler van de tekst is (het stelt hem dus voor als persoonlijk verantwoordelijke voor de inhoud, niet als iemand met een Haags bedrijf en als lid van een Haags gilde). De Hagenaars zeggen nader rapport te zullen doen (quod non). - Op 27 juli blijkt de procureur-generaal in verlegenheid gebracht te zijn wegens het argument van Munnikhuizen, op 28 juni ter tafel gebracht, dat in Bonkel een weerlegging van het socianisme is afgedrukt. Hij vraagt het Hof of het niet goed zou zijn een adres te richten aan de Hoogmogenden, met de vraag of het plakkaat van 19 september 1653 tegen het socinanisme “niet zoude behooren vernieuwd en tot voorkominge van dergelijke uitvlugten op den voet van gelijk placaat van de Heeren Staaten van Zeeland, van dato 22 maart [...] 1651 geschoeid te worden”. - In het archief van het Hof komt Bonkel verder niet voor, zodat het moeilijk is te achterhalen of de zaak doorgezet is, dan wel of men wegens de juridische angels en voetklemmen, het potentiële geschil over jurisdictie met Den Haag, of wellicht onwil betrokken te zijn bij religieuze conflictstof, de zaak heeft laten rusten. Wat wél duidelijk is: Munnikhuizen is rustig voortgegaan met vertalen en drukken. Het derde en vierde deel van Bonkel zijn gewoon verschenen. - In de Haagse archieven van gemeente, en kerkenraad/classis, is wellicht meer te vinden over het wel en wee van Bonkel. De positie van het Haagse bestuur ten opzichte van Munnikhuizen heeft iets opmerkelijks: het stond hem ook al toe zich als uitgever aldaar te vestigen, ondanks protesten en ondanks zijn gebrek aan ervaring (zie Van Vliet, ‘Geschichte’). Ton Jongelen informeert me, dat op 30 juni 1779 wel de gildeknecht van het Haagse boekverkopersgilde, uit naam van de magistraat, een verbod op Bonkel heeft afgekondigd.
Posts tonen met het label Leven van Johan Bonkel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Leven van Johan Bonkel. Alle posts tonen
donderdag 28 februari 2008
De man met de vele vrouwen (1778) 5
donderdag 5 juli 2007
(vervolg)
De eerste twee delen van Bonkel verschijnen in 1778 en 1779. En die krijgen meteen de volle laag van orthodoxe zijde, in een bespreking in de Nederlandsche Bibliotheek. (1) Dit blad is een gezaghebbend tijdschrift uit de kring van ds. Petrus Hofstede, in die jaren de belangrijkste verdediger van de voorrechten van de publieke kerk. Misschien is hijzelf wel de vervaardiger van de bespreking. De schrijver meldt: deze Bonkel gaat terug op de tekst van de Duitse vertaling van Nicolai, met diens aantekeningen (!). Die Nicolai is al notoir genoeg wegens zijn Nothanker. In deze eerste twee delen is al duidelijk het aantasten en ondermijnen van de wezenlijkste grondwaarheden, niet slechts van den Protestantschen, maar van alle Christelijken Godsdienst. (2)
Er worden vele punten opgesomd waaruit dit blijkt. Bonkel is bijvoorbeeld niet orthodox in zijn opvattingen over erfzonde, Gods almacht, de volstrekte verkiezing en verwerping. Bonkel erkent geen onderscheid tussen de natuurlijke godsdienst en de openbaring. Bonkel ontkent de godheid van Christus en verloochent de Drieëenheid. Hij is openlijk unitariër. Kortom, Nicolai wilde met dit werk in de Duitse landen waarschijnlijk deïsten kweken. Het werk is daar terecht verboden. Maar mag dit boek dan zomaar hier uitgegeven worden? Moet de baatzucht van vertaler en uitgever leiden tot een uitgave die onbeperkte vrijheid zoekt en de godsdienst hoont? Mag men openlijk de leer van Arius en Socinus verbreiden? Onder de neus van de Hoge Overheid? Men mag hopen op maatregelen....
Dit is een niet erg verkapte uitnodiging aan de overheid iets te doen aan dit ongewenste binnendringen van Duitse onorthodoxe denkbeelden, zo bedreigend voor het vaderlandse christendom. De verwijzing naar Nicolai’s Nothanker is niet onbelangrijk, want dat boek, althans de vertaling daarvan, heeft enkele jaren eerder al voor opschudding gezorgd. Juist in dat werk waren expliciet opvattingen over waarheid en christendom, in de Duitse landen én de in de Republiek, expliciet naast en tegenover elkaar gezet. Die verwijzing roept dus bepaalde tegenstellingen in herinnering, en bevordert de idee dat het vaderland bedreigd wordt vanuit Duitse hinderlagen.
De invitatie van de Nederlandsche Bibliotheek aan de overheid iets te doen aan het verschijnen van Bonkel blijft niet zonder gevolgen. Ik kan echter niet met zekerheid aangeven of de volgende actie echt het gevolg is geweest van die bespreking, dan wel tevens van de behoefte van de overheid om, na de Socratische oorlog, nieuwe religieuze conflicten in de kiem te smoren. Zeker is het volgende. (3)
(1) Deel 7 (1779) nr. 5, p. 241-252.
(2) P. 243.
(3) Voor het volgende is gebruik gemaakt van het archief Hof van Holland (Nationaal Archief) inv. nr. 333. Alleen de notulen en besluiten van het Hof zijn bewaard gebleven; er is helaas geen ‘dossier’ van de procureur-generaal met brieven en stukken over deze zaak.
(wordt vervolgd)
(vervolg)
De eerste twee delen van Bonkel verschijnen in 1778 en 1779. En die krijgen meteen de volle laag van orthodoxe zijde, in een bespreking in de Nederlandsche Bibliotheek. (1) Dit blad is een gezaghebbend tijdschrift uit de kring van ds. Petrus Hofstede, in die jaren de belangrijkste verdediger van de voorrechten van de publieke kerk. Misschien is hijzelf wel de vervaardiger van de bespreking. De schrijver meldt: deze Bonkel gaat terug op de tekst van de Duitse vertaling van Nicolai, met diens aantekeningen (!). Die Nicolai is al notoir genoeg wegens zijn Nothanker. In deze eerste twee delen is al duidelijk het aantasten en ondermijnen van de wezenlijkste grondwaarheden, niet slechts van den Protestantschen, maar van alle Christelijken Godsdienst. (2)
Er worden vele punten opgesomd waaruit dit blijkt. Bonkel is bijvoorbeeld niet orthodox in zijn opvattingen over erfzonde, Gods almacht, de volstrekte verkiezing en verwerping. Bonkel erkent geen onderscheid tussen de natuurlijke godsdienst en de openbaring. Bonkel ontkent de godheid van Christus en verloochent de Drieëenheid. Hij is openlijk unitariër. Kortom, Nicolai wilde met dit werk in de Duitse landen waarschijnlijk deïsten kweken. Het werk is daar terecht verboden. Maar mag dit boek dan zomaar hier uitgegeven worden? Moet de baatzucht van vertaler en uitgever leiden tot een uitgave die onbeperkte vrijheid zoekt en de godsdienst hoont? Mag men openlijk de leer van Arius en Socinus verbreiden? Onder de neus van de Hoge Overheid? Men mag hopen op maatregelen....
Dit is een niet erg verkapte uitnodiging aan de overheid iets te doen aan dit ongewenste binnendringen van Duitse onorthodoxe denkbeelden, zo bedreigend voor het vaderlandse christendom. De verwijzing naar Nicolai’s Nothanker is niet onbelangrijk, want dat boek, althans de vertaling daarvan, heeft enkele jaren eerder al voor opschudding gezorgd. Juist in dat werk waren expliciet opvattingen over waarheid en christendom, in de Duitse landen én de in de Republiek, expliciet naast en tegenover elkaar gezet. Die verwijzing roept dus bepaalde tegenstellingen in herinnering, en bevordert de idee dat het vaderland bedreigd wordt vanuit Duitse hinderlagen.
De invitatie van de Nederlandsche Bibliotheek aan de overheid iets te doen aan het verschijnen van Bonkel blijft niet zonder gevolgen. Ik kan echter niet met zekerheid aangeven of de volgende actie echt het gevolg is geweest van die bespreking, dan wel tevens van de behoefte van de overheid om, na de Socratische oorlog, nieuwe religieuze conflicten in de kiem te smoren. Zeker is het volgende. (3)
(1) Deel 7 (1779) nr. 5, p. 241-252.
(2) P. 243.
(3) Voor het volgende is gebruik gemaakt van het archief Hof van Holland (Nationaal Archief) inv. nr. 333. Alleen de notulen en besluiten van het Hof zijn bewaard gebleven; er is helaas geen ‘dossier’ van de procureur-generaal met brieven en stukken over deze zaak.
(wordt vervolgd)
Labels:
Leven van Johan Bonkel,
Sebaldus Nothanker
De man met de vele vrouwen (1778) 4
woensdag 4 juli 2007
U weet het even niet meer - maar 20-22 februari 2007 schreef Herkauwer driemaal over het probleem van de man met de vele vrouwen. Dat ging over Life of John Buncle (1756-1766) van Thomas Amory. Die John Buncle rijdt lustig door Groot-Brittannië, voert intelligente gesprekken met een vrouw, trouwt haar. Daarop sterft vrouw, nieuwe gesprekken, nieuwe vrouw, nieuw overlijden, enzovoorts. Dit alles tot zeven maal toe.
Dit boek wordt in het Duits vertaald in 1778 en uitgeven bij de verlichte Friedrich Nicolai, als Leben Johann Bunkels (korte titel). Het veroorzaakt daar een hoop stampij. Want die gesprekken blijken te gaan, onder meer, over een soort unitarische Schepper-God die, zacht gezegd, niet erg spoort met de opvattingen van de protestantse en katholieke geestelijkheid. Er komt dus ellende van. Het boek wordt verboden.
Nog in ditzelfde jaar 1778 verschijnt een Nederlandse vertaling, Leven van Johan Bonkel; althans de eerste twee delen. Vertaler en uitgever: de Hagenaar Johan Munnikhuizen. Ook hier ontstaat herrie, want we leven dan nog niet in de tijd waarin er een grondwet is met een artikel waarin staat dat iedereen voor zijn mening mag uitkomen. De gelovigen hadden u zien aankomen toen - hoewel zij natuurlijk tegenwoordig vaak zeggen dat ZIJ die vrijheid hebben uitgevonden, voorgestaan en bevorderd (dat ahistorische idee vindt u elke week in de media wel ergens verwoord).
Nu - tot zover heeft u bij Herkauwer in februari de lotgevallen van Buncle in Europa misschien een beetje kunnen volgen. Een en ander staat allemaal veel uitvoeriger in een Engelstalig artikel dat volgend jaar in een, vermoedelijk moeilijk bereikbare, bundel in Duitsland verschijnt. (1)
Misschien bent u geïnteresseerd in hoe het de Nederlandstalige vertaling van Buncle verging. Daarom straks enkele keren in deze blog: de Nederlandse tekst van dat artikel, voorzover dat artikel betrekking heeft op een Nederlands boekverbod in 1778. Blijft u toch iets gemakkelijker op de hoogte. (2)
(wordt vervolgd)
U weet het even niet meer - maar 20-22 februari 2007 schreef Herkauwer driemaal over het probleem van de man met de vele vrouwen. Dat ging over Life of John Buncle (1756-1766) van Thomas Amory. Die John Buncle rijdt lustig door Groot-Brittannië, voert intelligente gesprekken met een vrouw, trouwt haar. Daarop sterft vrouw, nieuwe gesprekken, nieuwe vrouw, nieuw overlijden, enzovoorts. Dit alles tot zeven maal toe.
Dit boek wordt in het Duits vertaald in 1778 en uitgeven bij de verlichte Friedrich Nicolai, als Leben Johann Bunkels (korte titel). Het veroorzaakt daar een hoop stampij. Want die gesprekken blijken te gaan, onder meer, over een soort unitarische Schepper-God die, zacht gezegd, niet erg spoort met de opvattingen van de protestantse en katholieke geestelijkheid. Er komt dus ellende van. Het boek wordt verboden.
Nog in ditzelfde jaar 1778 verschijnt een Nederlandse vertaling, Leven van Johan Bonkel; althans de eerste twee delen. Vertaler en uitgever: de Hagenaar Johan Munnikhuizen. Ook hier ontstaat herrie, want we leven dan nog niet in de tijd waarin er een grondwet is met een artikel waarin staat dat iedereen voor zijn mening mag uitkomen. De gelovigen hadden u zien aankomen toen - hoewel zij natuurlijk tegenwoordig vaak zeggen dat ZIJ die vrijheid hebben uitgevonden, voorgestaan en bevorderd (dat ahistorische idee vindt u elke week in de media wel ergens verwoord).
Nu - tot zover heeft u bij Herkauwer in februari de lotgevallen van Buncle in Europa misschien een beetje kunnen volgen. Een en ander staat allemaal veel uitvoeriger in een Engelstalig artikel dat volgend jaar in een, vermoedelijk moeilijk bereikbare, bundel in Duitsland verschijnt. (1)
Misschien bent u geïnteresseerd in hoe het de Nederlandstalige vertaling van Buncle verging. Daarom straks enkele keren in deze blog: de Nederlandse tekst van dat artikel, voorzover dat artikel betrekking heeft op een Nederlands boekverbod in 1778. Blijft u toch iets gemakkelijker op de hoogte. (2)
(wordt vervolgd)
Labels:
Johan Munnikhuizen,
Leven van Johan Bonkel
Abonneren op:
Posts (Atom)