Door bemiddeling van Gerrie Wisse kunt u kennis nemen van een aantal gedichtjes van de Middelburgse gereformeerde dominee Carolus Tuinman. Vandaag ‘oudere’ ketters. In latere afleveringen vindt u er een aantal op ketters van zijn eigen tijd. Dat gaat er dan niet lieftallig aan toe. (1)
I.
DE SATAN.
Verwaten leugenbeest gebonst in’s afgronds poel,
Gy zyt de droessem van al wat men boos mag noemen.
Uw list en wrevel poogt ook ’t menschdom in’t verdoemen
Te storten: maar Gods boei beteugelt uw gewoel.
II.
PHILIPUS II.
Gy trapte Neêrland op den nek, ô Vorst. Helaas!
Wat deed gy martelbloed op moordschavotten stroomen!
’t Ontwaakte dapper: ’t is uw pook en boei ontkoomen:
En ’t zag u bankroetier, en luis-, en maadenaas.
III.
HERTOG VAN ALBA.
O schrikdier dat het goud, de traanen ‘’t zweet,en ’t bloed
Aan Neêrland gulzig hebt ontwrongen en ontzogen:
Gy scheid met stank, en ziet uw hope en waan bedrogen,
Als gy met schande en spyt naar spanje sluipen moet.
IV.
JAN VAN LEIDEN.
Een schepter voor een naald, voor ’t naaischavot een troon,
Hief Jan van Leiden hoog. Men zag hem hooger ryzen,
Als hy, op ’t straftooneel gepynigt tot afgryzen,
Aan Munsters toren in een kevy hing ten toon.
V.
DAVID JORIS.
Uw huichelmasker met uw wondertaal, ô dwaas,
En geil verleider, had de wereld lang bedrogen,
Die boven Christus u, ô gruwel! Woud verhoogen.
Verduivelt hellewigt, het vuur verteerde uw aas.
VI.
OUDE VRYGEESTEN.
O snoodst gebroedzel van des Duivels slangennest.
Gy hebt uw zwadder dus bewimpelt uitgespogen,
Dat menig wierd vervoert door zulk een kankerlogen.
Nu delft men ’t helleschuim weêr op tot stank en pest.
VII.
JULIUS CAESAR VANINUS.
Gy ongodist, als uw bedrog ontmaskert was,
Zach u Toulouze door den Beul tot asch verbranden.
De Duivel heeft die nu verstrooit door alle landen
Maar hellevlam ontdoet geen lasteraar tot as.
DE SATAN.
Verwaten leugenbeest gebonst in’s afgronds poel,
Gy zyt de droessem van al wat men boos mag noemen.
Uw list en wrevel poogt ook ’t menschdom in’t verdoemen
Te storten: maar Gods boei beteugelt uw gewoel.
II.
PHILIPUS II.
Gy trapte Neêrland op den nek, ô Vorst. Helaas!
Wat deed gy martelbloed op moordschavotten stroomen!
’t Ontwaakte dapper: ’t is uw pook en boei ontkoomen:
En ’t zag u bankroetier, en luis-, en maadenaas.
III.
HERTOG VAN ALBA.
O schrikdier dat het goud, de traanen ‘’t zweet,en ’t bloed
Aan Neêrland gulzig hebt ontwrongen en ontzogen:
Gy scheid met stank, en ziet uw hope en waan bedrogen,
Als gy met schande en spyt naar spanje sluipen moet.
IV.
JAN VAN LEIDEN.
Een schepter voor een naald, voor ’t naaischavot een troon,
Hief Jan van Leiden hoog. Men zag hem hooger ryzen,
Als hy, op ’t straftooneel gepynigt tot afgryzen,
Aan Munsters toren in een kevy hing ten toon.
V.
DAVID JORIS.
Uw huichelmasker met uw wondertaal, ô dwaas,
En geil verleider, had de wereld lang bedrogen,
Die boven Christus u, ô gruwel! Woud verhoogen.
Verduivelt hellewigt, het vuur verteerde uw aas.
VI.
OUDE VRYGEESTEN.
O snoodst gebroedzel van des Duivels slangennest.
Gy hebt uw zwadder dus bewimpelt uitgespogen,
Dat menig wierd vervoert door zulk een kankerlogen.
Nu delft men ’t helleschuim weêr op tot stank en pest.
VII.
JULIUS CAESAR VANINUS.
Gy ongodist, als uw bedrog ontmaskert was,
Zach u Toulouze door den Beul tot asch verbranden.
De Duivel heeft die nu verstrooit door alle landen
Maar hellevlam ontdoet geen lasteraar tot as.
(1) Alle zijn opgenomen (afdeling: Byvoegzel) in Rymlust: behelzende I. Het ongerijmde Pausdom, met eene rommelzode van Paapenheiligdom. II. Uitspannings uitspanning. En III. Rymproeve. Alles tot betoog van de rymrykheid der Nederduitsche taal. Noch een byvoegzel van gedichten. Door Carolus Tuinman. Middelburg, Michiel Schryver, 1729. ZB 1057 E 27.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten