woensdag 27 februari 2008

Rotterdam 1707-2007

zondag 11 maart 2007

Rotterdam, tussen 1680 en 1720, sprankelt.

Bayle, Rabus, Locke, de Hoogstratens, Sewel, Weyerman: iedereen verblijft er, schrijft er, komt er voorbij.

Vandaag zit ik in bad. Ik heb het meest onbenullige leesvoer dat ik kan vinden meegenomen. Het blaadje Spoor. Ik sla het open: verdomd, daar is-i weer. DE Rotterdamse schrijver die nu al dertig jaar buis en bad teistert: Jules Deelder.

De redactie wil ons naar Rotterdam hebben, en trekt haar kaartenbak open. Voor Rotterdam zit er slechts één kaartje in. Het onvermijdelijke volgt.

Daar zien en lezen we Jules dus weer eens. Om door een ringetje te halen. Of glimmend uit een condoom getrokken. Wat u maar wil. In ieder geval: Chicago 1930. De Rotterdamse Al Capone. Met kapsones natuurlijk.

Wat heeft hij mee te delen? Niets. Van deze lege Maasvlakte dendert immer een nodeloze Betuwelijn het land in.

Jules doceert voor de honderdste maal:

nachtburgemeester
prachtig uitzicht over de Maas
Amsterdam museumstad
Rotterdammers zeggen de vreselijkste dingen maar hebben een gouden hart.

Ja hoor.

O Heer,
kan deze Deelder
nou es mee met
de Grote Vergeelder?

Geen opmerkingen: