woensdag 27 februari 2008

Spotcatalogus Burman (1709) 2

zaterdag 10 maart 2007

Waarschuwing. Het is verleidelijk te denken dat deze bibliotheek enz. uitsluitend bestaat uit ‘fake’-titels. Dat is niet het geval. Het is juist de kunst geweest echte uitgaven en titels dooreen te mengen.

Zo bestaat, om maar iets te noemen, De wispelturige Turkin of d’onkuysche Hattiga (dl. I, nr. 44) wel degelijk. Dergelijke titels vindt men ook genoemd in verzamelingen als die van Buisman, of behandeld bij Inger Leemans, Het woord is aan de onderkant. Radicale ideeën in Nederlandse pornografische romans 1670-1700 (2002).



(Vervolg)

37. Een Parkementboek vol Karacters, sinistre Streeken en bedriegelyke Stellingen, door den zelven.
38. Lusthof van Venus, beplant met onkuysche naaktheden en minnekluchten.
39. Blonte Maries Annotitie, op wat manier haar Maagdom, door P.B. ontnomen is.
40. Noch eenige Minnebrieven met haar tot Amsterdam gewisselt.
41. Genealogie van zyn Voorouders, vertoonende een zeer canaillieusen afkomst.
42. Eenige Comedien, Pasquillen en rare Gedichten, eertijds op afrekening van een paar Koussen gegeven, en nu onlangs wederom gebracht.
43. Lofreden van een die in Spagnien een gedeelten van zyn Neus verlooren, maar ’t leven, tot groote vreugden er even afgerbracht heeft.
44. De wispelturige Turkin of d’onkuysche Hattiga.
45. De nieuwe Architectuur, haar aanwyzende, hoe ymant zijn geyle en buitensporige lusten op het gemakkelijkste en subtielste kan uitvoeren.
46. Politie en omgang van de Hovelingen van Jan Vlegel, zeer dienstig voor Leergierige Menschen.
47. Een Tractaatjen, verhalende op wat wijs twee Dienstmaagden door ’t drinken van Bornwater, in weynig maanden ongelukkig ’t water gekregen hebben, nevens ’t streng verbod, dat de Bornwaters Schuytjens in, of omtrent die gracht, voortaan niet meer mogen leggen.
48. De laatste woorden van Hanibal, hoogloffelyker memorie, zonder pijn of smart opgehangen, met de deftige en nooit volpreze Lijk-Oratie over den zelven, door P.B.
49. Een Tractaatjen, wijsselijk en omzichtig beschryvende de nuttigheit van met het Mesjes te konnen snyen, nevens een korte en subtile onderwyzing tot die konst, zeer nootzakelijk voor Jantjens, Pluggen en Laberlotten.
50. Verscheyde Zeedijks Voyagien, door P.B.
51. Openhartige Confessie van zeker Dienstmaagt, die door een getrouwt Man bezwangert was, zeggende tot haar verschooning, dat ze een Man van dat fatzoen zijn wil en plaizier niet dorst weygeren; als mede de omstandigheden hoe alles zich verders heeft toegdragen.
52. Een lijst van verscheyde Zotten van den ouden en nieuwen tijd, op Rijm.
53. Opkomst van Johannes Hagelius en des zelfs methode van Huishouding.
54. Beschryving over de Justitie-balans; nevens de aantrekkelijkheit van ’t Ducate-gout.
55. Eenige Lofdichten op Vader Bacchus, zijn zuypende Kinderen en zoet inglyende tranen, door P.B.
56. Wijtloopig Verhaal wegens de tijdpasseringen en conduites van de Abdisjens en aanvallige Bagijntjens van de meest stille Cabanissen, door den zelven.
57. De genote Vermakelijkheden ten huyzen van een oude Cochel omtrent de Grimmenische Sluis, naaukeurig ontledigt, door den zelven.
58. Een Lias met Quitantien van zijn Verteringen in diversche infame Huyzen.
59. Een beschryving over de Tronie van den Huylenden Kindermaker.
60. ’t Nagelag van zes Petriaansche Hoeren, op Noten.
61. Nachtgedachten over het tegenwoordig gedrag van zijn Bedgenoot.
62. De geslepe gedienstigheit en gepretendeerde kuisheit van een Allemansgading.
63. De Boere Bruyloft, met den uitleg van de vrye Hantgreep, ingestelt door P.B.
64. Het Tooneel des Oorlogs tusschen verscheyde Hoeren en Boeven, met naam en toenaam.
65. De Manzieke Juffrouw en haar Praktijkjens.
66. Dertigjarig Journaal, inhoudende ontelbare verwonderenswaardige obscoene Geschiedenissen en gepleegde Schelmstukken.
67. t’Zamenspraak tusschen twee Dienstmaagden en een Naayster, over de miltheit van zeker getrouwde Dame, die jaarlijks de Thienden van haar Huwlijks-plicht aan haar Salet-rekeltjens placht te vereeren.
68. Reflectien over ’t Bed van Parade van de vermoorde eerlijkheit.
69. Een Hoere-jacht-boekjen, door zeven vermaarde Hoerewaarden in ’t licht gegeven, met Kantteekeningen door P.B.
70. Een loffelijke Beschryving tegen de Vaak en sluymerende droomen, door imant, die een Meisjen bevuilt had en door zijn schulden niet wist te komen.
71. Een diepzinnig Tractaatjen wegens zommige Getrouwde, die zich inbeelden in Virgo te slapen en in Capricornus eleveeren.
72. De Minnebroerszak, uytleverende veel ongehoorde en verfoeyelyke ydelheden.
73. Een Begraaffenis-Cedul van zeker Vrouwsperzoon, die 39 jaren de Hoer gespeelt had, met al de Titels van die genen, de welke vleeschelijk met haar geconverzeert hebben, makende te zamen 2536 zoo getrouwde, als ongetrouwde uit.
74. Een overdeftige Disputatie, inhoudende, of het eerlyker of geoorlofter is, een Hoer of een Dief weg te wezen, met de uitspraak daar by, door P.B.
75. Een Dansboek van de hedendaagsche ontuchtige Baanbreysters; nevens de correctie op haar quade capriolen en valsche passen, door den zelven.
76. Eenige aardigluydende en onbedachte Scheldtwoorden van een jonge Dochter, tegen de onbeschofte vrypostigheit van een Plattert, door zeker Bontwerker in Rijm gebracht.
77. Onvermoeyde Reflectien en zinryke Kantteekeningen over de Spelonk van Desperatie.
78. Een snaaks Boekje, beschryvende dat een paar gelade Pistolen, en een aangezette Houwdegen een krachtig argument is, om een Quaatspreker de loop te doen krygen.
79. Een Extract uit het Journaal van Donna Olimpia, by haar ten tyden van Innocentius gehouden.
80. Beschryving van een Practizijn, die aan de Pols van de Vader voelen, en aan des zelfs water zien konde, dat zijn Dochter een Man most hebben.

(wordt vervolgd)

Geen opmerkingen: