woensdag 27 februari 2008

Spotcatalogus Burman (1709) 3

maandag 12 maart 2007

Er zitten in deze catalogus elementen die signaleren dat Burman slachtoffer (? nu ja...) werd van partijstrijd. Burman had herhaald ruzie met de Utrechtse, zeer conservatieve en voetiaanse kerkeraad. De rechtzinnige Utrechtse theoloog Melchior Leydecker, naast anderen, kreeg eveneens de wind van voren. Het is daarom opvallend dat in deze catalogus boeken opduiken die van filosofisch en of theologisch radicalisme verdacht waren: Leenhof, Spinoza. Ook wordt fijntjes opgemerkt dat er boeken afkomstig waren uit de bibliotheek van Johan de Witt.

(Vervolg)

81. Een Tractaatjen waar in deerlijk uitgedorsten en gescholden wort, tegen die geene de welke gepleegde onkuisheden voor den dag brengen; als mede tegen den perturbateur Ratione Officii der gemeene rust en konst-oeffeningen, van die genen, die onder den Standaart van Moeder Venus dienen, met Noten, door P.B.
82. De Nachtgezangen van eenige hoerachtige en tijdverspillende Losbollen.
83. Eenige Aanmerkingen, behelzende, dat het een doodelijk vermaak voor een jong Karel is, dagelijks of nachtelijks in de Bontwerkers Winkel of Leertouwerye te moeten arbeyden.
84. ’t Leven van Don Gusman d’Alfarache, uit het Italiaansch in ’t Nederduitsch vertaalt.
85. Remarcable Beschryving, dat ymant, behoudende een goet gewisse, een valschen Eede mach doen, door P.B.
86. Vermakelijk Avantuur tusschen zeker Zilversmit en een Dienstmaagt, voorgevallen in Mennoos Wijnkelder, nevens den stoeyenden en gekleurden Vulcanus in de Hooyberg.
87. De Beeren en Wolvendans, op Noten, met het gemaakte Verschil onder haar gerezen.
88. Een Tractaatjen wegens de Lof der Venusziektens, uit het Latijn in Duitsch overgezet.
89. Oprechte Beschryving van de Appelflaauwten of Pietercelival van zeker Dame, hoorende dat haar Gemaal een jonge Dochter bestruift had.
90. ’t Leven en Bedrijf van Stoffel Jansz, die van honger zoude hebben moeten sterven, zoo hy geen Duifjens op zolder had gehouden, om zijn familie met eeren voor te staan.
91. Korte en eenvoudige Aanmerkingen over de Maximen en Mantel van Tartuffen.
92. De Logenzak, uitgestort in ’t Petriaansche herzenvat.
93. De Rekening van den onrechtvaardigen Rentmeester; nevens des zelfs Balans, tot een gedachtenis zyner Broederen in ’t licht gekomen.
94. Beverland de Peccato Originali.
95. Een Lijst van de meeste Scharrebouten, t’zedert ’t jaar 1680. door P.B. aangeteekent.
96. Verscheyde Extracten uit de Huywelijksche Voorwaardens van zijn geweze Dienstmaagden, die hy zoo nu en dan uitgetrouwt heeft, waar van’er zommige, onder anderen, duydelijk melden, dat hy op pretensie, den vryen ingang zal mogen behouden.
97. De Geest van Jan Tamboer, 3 deelen.
98. De Beurs der Vrouwen.
99. Den Snoepper Generaal.
100. Du bonheur & du malheur du Mariage.
101. Het getal zonder end of nomenclator, inhoudende een kleyne gedeelte van de Namen der Kinderen met witte voeten.
102. Le Cabinet Satirique.
103. De grontregels van de Politie.
104. Eenige Grieksche Boeken, nooit door hem behandelt, door dien hy die Taal gantsch niet verstaat.
105. De rukelooze Student.
106. Ovidius de Arte Amandi.
107. Den doorslepen Bedrieger in de knel.
108. Remarques over eenige teekenen van plagen.
109. De nieuwmodische Besteedster, met Commentarien, door P.B.
110. Een amoureus Tractaatjen, wegens de behendigheit van ’t Vlooyen vangen, en des zelfs voortteling, nevens de subtile questien, of dito Beesjens met de mont of met haar fondament geluit geven.
111. De Kermis Vreugt, door P.B.
112. ’t Wiegliet van D.v.W. op vijf stemmen.
113. De Proceduuren tusschen D.v.W. en P.B.
114. De Proceduuren tusschen P.B. en D.V.
115. De Proceduuren tusschen D.V. en W.K. mitsgaders M.D.W. zijn huisvrouw; nevens des zelfs Leven en Bedrijf.
116. De Gewaande Weuwenaar, met het bedroge Kermis-Kint, 3 deelen.
117. Apollonii Veridici Catalecta Petrulliana, sive Poƫmata Selecta. Lectu Jucundissima.
118. Conspiratio Medico Voetiana Detecta, sive Pietas Burmanniana.
119. Missive aan P.B. wegens zijn ontaarden en eervergeeten handel.
120. Eenige Straat-Liedjens op den zelven.
121. Vroomaards ernstige Aanspraak tot zijn Buurman Ritsaard.
122. Zielwekker of Deugdenspoor voor den Heere P.B. over des zelfs Misval.
123. Verzachtent Zalfje, op de smartelyke Wonde van den Heer P.B.
124. Correction Fraternel, par P.D.L.F.D.W.
125. De Petriaansche Bloetzuyger in Koks kopere pot.
126. Karel de Verrader op de Loerejacht met Mennoos Brakken.
127. Den Franschen Haan, met den Stichtzen Exter, of Huppelaar in de Mat.
128. De verkeerde Ketelboeter, met de Petriaansche Geest, in Dinahs Vleesketel.
129. Uyttrekzel van het Hekelschrift van E. Petronius Arbiter, in de oorspronkelyke Latijnsche Taal, met Aanmerkingen en Kantteekeningen van verscheydene Geleerde Mannen, uitgegeven door P.B.
130. Den volmaakten Billard Speelder, gespekt met ouwe Rijksdaalders.
131. Scurre of Schurk in Folio, zijnde een klare aanwyzing van zijn Baan- en Avondwandelingen, Buiksnydingen en Buikstekingen, enz.
132. Den herlevenden Cromwel.
133. Coquille des Rodemontades.
134. Bekkers Betoverde Weerelt.
135. De bedroge Gaauwigheit, in Klaagliederen verwart.
136. Den wraakzuchtigen Regent, leerende, hoe men de Verschillen, tusschen Voorouders ontstaan, op Kinderen en Kindskinderen moet vergelden.
137. De kluchtige Boscater.
138. Leenhofs Hemel op Aarden.
139. B.D.S. Opera Posthuma, cum Annotationibus Patris Francisci.

(wordt vervolgd)

Geen opmerkingen: