17 maart 2007
Er is niets nieuws onder de zon. Het probleem of bijvoorbeeld katholieken wel loyaal kunnen zijn aan een seculiere staat is hier al eens aan de orde geweest, aan de hand van overwegingen hierover door Van Effen, en Wolff/Deken. Herkauwer kwam twee ingezonden brieven tegen, ditmaal betrekking hebbend op een soortgelijk probleem rond het joodse volksdeel. Zij zijn te vinden in het patriots-republikeinse weekblad Deugd en Vryheid, van 1795, in de nummers 4 en 6.
De NCC geeft slechts één overgebleven exemplaar op van dat blad, ter KB, de nrs. 3, 4 en 6 bevattend; maar bij vlijtig speuren zullen er mogelijk vollediger exemplaren te vinden zijn. Het werd uitgegeven te Zwolle, bij F. Clement.
In nr. 4:
‘Ik een Zwolsch Patriot, een brandend Voorstander van de Regten van den Mensch, een Vriend van de Armen en Onderdrukten, vervoege mij in geschrifte tot Ul., ten einde U te raden, om een ieder uittenodigen, die door Briefwisseling of door de Couranten weet, wat ’er in ander Plaatsen van onze Republicq besloten wordt met betrekking tot het Stemregt der Joden, om zulks terstond aan U, en door U aan de Inwoners van deze Stad bekend te maken. Want het zou my geweldig spyten, dat wy Zwolschen, wyd en zyd bekend staande voor egte Vryheids Zonen, ons in het bepalen van de Regten van de Mensch zwakker en bekrompener zouden gedragen, dan de Vrye Burgers van andere Steden. Wat het Volk van Amsterdam betreft, dat heeft reeds de Joden voor Broeders en Medeburgers erkent, ten minsten op het Feest der Revolutie, gevierd den 4. Maart, gelyk blykt uit de volgende plaats, welke woordelyk is overgenomen uit de gedrukte Beschryving van dat Feest. “Agter dit schild volgden onmidlyk de Leden der Leesgezelschappen, die, zo wel als de gewapende Burgers, het Volk van Amsterdam verbeeldden. Men heeft thans 39. zulke Gezelschappen in deze stad, waaronder één onder de Zinspreuk: FELIX LIBERTATE, het geen uit Joden bestaat.”
Een oud Zwolsch Patriot.’
Een reactie, in nr. 6:
‘’Copie uit een brief over de redenen waarom de Joodsche Natie niet Stemgeregtigd kan zyn.
De kundigste Lieden in Holland denken omtrent dit stuk op de volgende wyze: - dat het Jodendom, volgens de Leer hunner Vaderen, de herstelling hunner Natie en den komst van den Vorst Messias verwagten, (dien zy als een aardsch Koning beschouwen) en daarop blyven hopen. Dit Grondbeginsel nu loopt lynregt aan tegen de leer van de Oppermagt des Volks en erkende Regten van den Mensch en Burger, als maar al te veel strekkende tot het daarstellen van een aardsch Koningryk. Zy derhalven, die de leer der Voorvaderen aankleven, (en dus waarlyk Joden zyn erkennen, door hunne Verwagting van een aardsch Koningryk, de Regten van het algemene Menschdom niet. - Zy beschouwen zig als een byzonder Volk op den Aardbodem, en zyn dus in de daad Tegenstanders van de Leer der Gelykheid en Broederschap. Zy sluiten zig derhalven van zelf uit de Maatschappy, die zig alleen op die gronden wil vestigen, en erkennen zig in de daad Vreemdelingen ten onzen opzichten te zyn. Zy, die deze leer der Voorvaderen niet aankleven, zyn ook geen Joden meer.’
woensdag 27 februari 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten